Meer mogelijkheden voor bestuurders om het bewijsvermoeden in artikel 2:248 lid 2 BW te weerleggen

Als een vennootschap failleert, zijn de evidente gedupeerden de werknemers, leveranciers en andere contractpartijen die nog een vordering hebben op die vennootschap die nu niet meer voldaan wordt. De curator gaat immers
de bezittingen van de vennootschap op het moment van failleren (de boedel) te gelde maken, en zal
uit de boedel een percentage van de schulden voldoen. Vaak vissen concurrente schuldeisers daarbij achter het net.
Als kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement, rust op grond van artikel
2:248 BW op het bestuur (iedere bestuurder hoofdelijk) de verplichting om het volledige boedeltekort aan te vullen.…

 

Lees het hele artikel

Abonnees van Juridisch up to Date hebben toegang tot het hele artikel.
Juridisch up to Date
Artikelnummer: 2021-0139

Neem een (proef)abonnement

Wilt u kennismaken met Juridisch up to Date? Vraag dan een proefabonnement aan, waarmee u twee maanden lang gebruik maakt van alle voordelen van een digitaal abonnement. U heeft dan ook toegang tot bovenstaand artikel.

Vraag een (proef)abonnement aan