Vorderingen waren van DGA en niet van BV: geen afwaardering bij BV

De heer Y was directeur en enig aandeelhouder van BV X. Op 1 juni 2009 sloot Y met BV A, BV B en BV C een overeenkomst van geldlening, op grond waarvan hij
voor een onroerendgoedproject een lening van € 500.000 verstrekte. BV X maakte dat bedrag een dag later over
naar BV C. In april 2011 nam Y vervolgens een optie op een derde van de aandelen
BV A. BV X maakte in verband daarmee een bedrag van € 378.029 over aan BV A. In 2012
maakte BV X nog eens bijna € 300.000 over aan BV C voor het onroerendgoedproject. In haar aangifte…

 

Lees het hele artikel

Abonnees van Fiscaal up to Date hebben toegang tot het hele artikel.
Fiscaal up to Date
Artikelnummer: 2021-1407

Neem een (proef)abonnement

Wilt u kennismaken met Fiscaal up to Date? Vraag dan een proefabonnement aan, waarmee u twee maanden lang gebruik maakt van alle voordelen van een digitaal abonnement. U heeft dan ook toegang tot bovenstaand artikel.

Vraag een (proef)abonnement aan