Gedeeltelijke vrijval stamrecht door 4% rekenrente niet in strijd met EVRM

Y stortte in 2010 de van zijn voormalige werkgever ontvangen ontslagvergoeding van € 268.032 in zijn stamrecht-BV (BV X). BV X waardeerde de stamrechtverplichting in de aangifte Vpb 2010 met een rekenrente van
3%, maar de inspecteur corrigeerde dit omdat volgens hem op grond van artikel 3.29 Wet IB 2001
moest worden uitgegaan van een rekenrente van 4%. BV X ging in beroep, maar Rechtbank Gelderland (zie
FutD 2019-1622) volgde het standpunt van de inspecteur. BV X was volgens de Rechtbank verplicht een rekenrente van
4% te hanteren. Uit de wetsgeschiedenis bleek dat de wetgever had voorzien en aanvaard dat de toepassing…

 

Lees het hele artikel

Abonnees van Fiscaal up to Date hebben toegang tot het hele artikel.
Fiscaal up to Date
Artikelnummer: 2020-2067

Neem een (proef)abonnement

Wilt u kennismaken met Fiscaal up to Date? Vraag dan een proefabonnement aan, waarmee u twee maanden lang gebruik maakt van alle voordelen van een digitaal abonnement. U heeft dan ook toegang tot bovenstaand artikel.

Vraag een (proef)abonnement aan