Redelijke termijn BPM-zaken ten onrechte verlengd: geen verknochtheid

BV X deed in juni 2011 aangifte BPM voor twee auto's met schade. De inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op van € 3.000. Rechtbank Gelderland (zie FutD 2016-1796) handhaafde de naheffing, maar op het
hoger beroep van BV X berekende Hof Arnhem-Leeuwarden (zie FutD 2018-2857) de na te heffen BPM op € 3.055.
De naheffingsaanslag bedroeg € 3.000, zodat het hoger beroep van BV X in zoverre ongegrond was. Wel kende
het Hof een immateriële schadevergoeding (IMSV) toe vanwege overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep.
Daarbij zag het Hof aanleiding om de redelijke termijn te verlengen, omdat de gemachtigde van BV X…

 

Lees het hele artikel

Abonnees van Fiscaal up to Date hebben toegang tot het hele artikel.
Fiscaal up to Date
Artikelnummer: 2020-0323

Neem een (proef)abonnement

Wilt u kennismaken met Fiscaal up to Date? Vraag dan een proefabonnement aan, waarmee u twee maanden lang gebruik maakt van alle voordelen van een digitaal abonnement. U heeft dan ook toegang tot bovenstaand artikel.

Vraag een (proef)abonnement aan