Onhaalbaarheid van 4%-rendement op vermogen niet aannemelijk gemaakt

X beschikte aan het begin van het jaar 2015 over bezittingen met een totale waarde van € 1.342.288. Het betrof € 903.631 aan bank- en spaartegoeden, € 234.977 aan aandelen en obligaties en € 203.680 aan
onroerende zaken. Na aftrek van schulden en het heffingsvrije vermogen bedroeg de rendementsgrondslag € 1.106.240. Het forfaitair rendement
bedroeg € 44.249 en de verschuldigde belasting € 13.274. X ging in beroep tegen de aanslag IB 2015 en
stelde dat zijn belastbaar inkomen uit sparen en beleggen te hoog was vastgesteld omdat zijn vermogen geen
rendement van 4% had opgeleverd. Hof Den Haag besliste dat X niet aannemelijk had gemaakt dat was…

 

Lees het hele artikel

Abonnees van Fiscaal up to Date hebben toegang tot het hele artikel.
Fiscaal up to Date
Artikelnummer: 2018-2451

Neem een (proef)abonnement

Wilt u kennismaken met Fiscaal up to Date? Vraag dan een proefabonnement aan, waarmee u twee maanden lang gebruik maakt van alle voordelen van een digitaal abonnement. U heeft dan ook toegang tot bovenstaand artikel.

Vraag een (proef)abonnement aan