Op persoonlijke titel

17 december 2014

Een inspecteur die rechter wordt en moet oordelen over een kwestie uit zijn vorige carrière. Een wetenschapper, die ook belastingadviseur en raadsheer-plaatsvervanger is en in een vakblad een commentaar schrijft bij een uitspraak van een andere rechter. Krijgt u hierbij ook het gevoel van “wij van wc-eend, adviseren wc-eend?” Ik wel een beetje. U hoort mij niet zeggen dat ik denk dat er rechters zijn die vooringenomen zijn en dat ik uit de praktijk weet dat voor eigen parochie wordt gepreekt, maar wél dat er situaties zijn waarin die indruk wordt gewekt en waarin dus sprake is van een schijn van partijdigheid. Over die schijn wil ik het even hebben.

De rechterlijke integriteit is gewaarborgd door de strenge selectie van de beste paarden van stal die bij het rechtspreken zijn gebonden aan de wetten, verdragen en jurisprudentie, en die niet kunnen worden ontslagen als zij eigenaardige of onjuiste uitspraken doen. Bij het rechtspreken moeten zij echter wel hun persoonlijke opvattingen en overtuigingen opzij zetten. Dat is wel “een dingetje”, zoals we serieuze problemen tegenwoordig noemen. De klanten van de rechter willen namelijk geen kamergeleerde die vanuit zijn ivoren toren het recht bewaakt, maar zij willen een moderne rechter die met beide benen in de maatschappij staat en betrokken is bij de samenleving. Zo’n rechter is echter geen willoos werktuig van de rechtsstaat. Hij heeft ook een mening en een privéleven en dus ook vrijheid van meningsuiting en recht op privacy. Hij mag alle maatschappelijke, ethische, religieuze en politieke opvattingen van de wereld hebben als die maar geen schade toebrengen aan zijn functioneren als rechter of de rechtspraak in het algemeen. Eigenlijk moet hij bijna altijd tot tien tellen voordat hij zijn mening in het openbaar ventileert, zodat hij in elk geval niet de schijn van partijdigheid wekt. Daaraan ontkomt hij niet door zijn uitlatingen “op persoonlijke titel” te doen.

Als spreker of schrijver in de algemene media, maar ook in vakbladen, moet de rechter zijn opvattingen en overtuigingen over de wereld, maar vooral zijn mening over rechterlijke uitspraken van zijn eigen ressort én van de andere gerechten voor zich houden. Zelfs bij een ietsepietsie betrokkenheid bij een kwestie zou de rechter afstand moeten nemen van de zaak. Hij moet het niet zo ver laten komen dat de rechtzoekende hem gaat wraken, maar hij moet vanuit een innerlijke integriteit zelf het initiatief nemen en zich tijdig verschonen als door zijn vorige functie(s) of nevenfunctie(s) ook maar kan worden vermoed dat hij vooringenomen is. De enkele schijn van partijdigheid van de individuele rechter doet namelijk afbreuk aan de geloofwaardigheid en de integriteit van de rechtspraak in het algemeen.

Aan rechters stellen wij hoge eisen: zij zijn niet alleen de bewakers van onze rechtsstaat maar ook nog eens de bewaker van zichzelf. De rechtzoekende burger die bij de belastingkamer van het Gerechtshof komt, zou niet moeten zien dat de belastinginspecteur na de zitting in de rechtszaal blijft voor een onderonsje met de rechter, die vroeger belastinginspecteur was. En ook de fiscalist zou in zijn vakblad niet een noot of onderschrift moeten zien van een belastingrechter van de Rechtbank bij een fiscaal arrest van de Hoge Raad.

Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

Deze column is ook gepubliceerd in Het Register, het vakblad van het Register Belastingadviseurs (RB), december 2014.
Download de hele uitgave: Het Register 06-2014 of bekijk de column: Gastcolumn Monique Ligtenberg.

op-persoonlijke-titel597

Door het oog van
Monique Ligtenberg
Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

In 'Door het oog van' geeft mr. Monique Ligtenberg haar kijk op actueel fiscaal nieuws, wetgeving of rechtspraak. De columns die zij schreef voor RTL Z en de Telegraaf zijn ook in deze rubriek terug te vinden.

Bekijk alle columns

Om deze column te kunnen delen op sociale media dient u marketing-cookies te accepteren.

Overzicht columns