Hoge Raad stuurt belastingbetaler steeds vaker het bos in

22 januari 2014

De burger die tijd, geld en energie steekt om zijn geschil met de Belastingdienst aan de Hoge Raad voor te leggen, komt de laatste jaren van een koude kermis thuis. Niet omdat de hoogste rechter de zaak in zijn nadeel heeft beslist maar vooral omdat hem niet duidelijk wordt gemaakt waarom hij in het ongelijk is gesteld.

De oorzaak van de onvrede zit in het per medio 2012 ingevoerde artikel 80a, lid 1, van de Wet op de Rechterlijke Organisatie (Wet RO). Op grond van dit artikel kan de Hoge Raad een cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaren als er “klaarblijkelijk onvoldoende belang” is bij het cassatieberoep of de klachten “klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden”. Deze nieuwe processuele regeling geldt voor zowel civiele, straf- als belastingzaken die bij de Hoge Raad aanhangig worden gemaakt. De regeling is bedoeld om zaken op eenvoudige wijze af te doen als zij bij voorbaat kansloos zijn of voor cassatie ongeschikt zijn. “Afserveren aan de poort”, zoals ik vrij ontleen aan de wetsgeschiedenis.

Hieraan verwant is de – veel langer bestaande – regeling van de eenvoudige afdoening via artikel 81 van de Wet RO. De Hoge Raad past dit artikel toe als rechtzoekenden naar de bekende weg vragen (omdat het rechtsvragen betreft die al zijn beantwoord) of zij aansturen op een nieuwe, grotendeels feitelijke beoordeling van de zaak waarvoor de Hoge Raad niet is bedoeld. Het verschil tussen beide regelingen is dat artikel 81 van de Wet RO aan het einde van de cassatieprocedure plaatsvindt nadat de Hoge Raad de zaak inhoudelijk heeft beoordeeld en ná een eventueel advies van een Advocaat-Generaal aan de Hoge Raad, terwijl artikel 80a van de Wet RO in het begin daarvan (aan de poort) plaatsvindt. Maar de beide regelingen hebben gemeen dat de Hoge Raad geen onderbouwing geeft als hij het beroep versneld niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard. De rechterlijke beslissing bevat slechts één zinnetje waarin een verwijzing naar een van beide wetsartikelen is opgenomen en daarmee is de zaak voor de hoogste rechter een gedane zaak. En zo heeft de belastingkamer van de Hoge Raad de laatste jaren heel snel en heel veel zaken afgedaan. Met deze eenvoudige en versnelde afdoeningsmogelijkheid heeft de wetgever de Hoge Raad een wapen in handen gegeven om met één pennenstreek uitspraak te doen. Dat is echter geen recht spreken en het past ook niet bij de kerntaak van de Hoge Raad.

De Hoge Raad moet rechtsbescherming bieden in individuele zaken en beslissen met inachtneming van zijn rechtsvormende taak. Ik pleit ervoor dat de Hoge Raad bij de afdoening van een procedure onder toepassing van artikel 80a en 81 van de Wet RO naast het enige zinnetje waaruit dit wordt vermeld, óók een korte uitleg geeft waarom de zaak op deze manier is afgehandeld, en dat hij daarbij verwijst naar eerdere voor iedereen toegankelijke en raadpleegbare jurisprudentie. Dat mogen we toch wel van de Hoge Raad verwachten. Als de zaak voor de hoogste rechter klaarblijkelijk kristalhelder is, is het zijn taak om dit ook knip en klaar aan de belastingbetaler uit te leggen.

 

Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date
Januari 2014

belastingbetaler bos in van HR

Door het oog van
Monique Ligtenberg
Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

In 'Door het oog van' geeft mr. Monique Ligtenberg haar kijk op actueel fiscaal nieuws, wetgeving of rechtspraak. De columns die zij schreef voor RTL Z en de Telegraaf zijn ook in deze rubriek terug te vinden.

Bekijk alle columns

Om deze column te kunnen delen op sociale media dient u marketing-cookies te accepteren.

Overzicht columns