Tweede Kamer misleid over fiscaal tipgeversbeleid

2 oktober 2013

De affaire van de mysterieuze persoon die bij de Belastingdienst klikte over mensen die een rekening zouden hebben aangehouden bij onder meer de Rabobank Luxemburg SA heeft een opmerkelijke wending gekregen. Deze kwestie stond een tijd terug volop in de aandacht toen bleek dat de Belastingdienst in ruil voor een forse opbrengstafhankelijke beloning informatie over vermeende zwartspaarders in ontvangst had genomen. Dit leidde tot kamervragen en toenmalig staatssecretaris De Jager moest zich verantwoorden in de Tweede Kamer. Uit onderzoek van Fiscaal up to Date blijkt dat De Jager de Tweede Kamer toen onjuist heeft geïnformeerd over het tipgeversbeleid. Anders dan de bewindsman beweerde, bestaat er een tipgeversregeling van recentere datum waarin nota bene een concreet percentage als aanbrengpremie wordt genoemd die het door het ministerie van Financiën naar buiten toe zo verguisde premiejagen in de hand kan werken.

We gaan terug naar 2009. In maart van dat jaar meldde zich een ex-werknemer van een Luxemburgs filiaal van de Rabobank bij de FIOD met gegevens over Nederlandse burgers die een tegoed bij deze bank zouden hebben aangehouden. Deze tipgever wilde in ruil voor deze informatie een vergoeding van de Belastingdienst en eiste dat zijn anonimiteit werd gewaarborgd uit angst voor represailles van de mensen van wie hij de gegevens over de geheime bankrekeningen had doorgespeeld. Het ministerie van Financiën ging met de tipgever in zee en de Directeur-Generaal van de Belastingdienst sloot een overeenkomst met hem waarin onder meer is opgenomen welke informatie is verstrekt, de omvang van het tipgeld en het te betalen voorschot en de belastbaarheid daarvan.

Daarna twitterde De Jager er trots op los en liet hij via persberichten en in interviews met kranten, radio en televisie weten dat hij op grond van een “nieuwe verruimde” tipgeversregeling voor “enkele tonnen” de gegevens van Nederlandse zwartspaarders had gekocht. Toen zijn partijgenoot Omtzigt meer wilde weten over de inhoud van deze nieuwe regeling kwam De Jager hierop terug. Volgens de oud-bewindsman was er bij nader inzien helemaal geen nieuwe regeling en was de bestaande tipgeversregeling die was opgenomen in een (openbare) aanschrijving van 24 oktober 1985 niet aangepast. In februari 2010 benadrukte De Jager in de Tweede Kamer dat de criteria in de tipgeldregeling uit 1985 bij de tipgeverzaak van de Rabo Lux nog steeds bruikbaar en effectief waren gebleken en dat hij geen aanleiding zag om deze criteria bij te stellen of aan te vullen. Een verdere detaillering van de regeling wilde De Jager niet omdat dit fiscale premiejagers zou stimuleren en de Belastingdienst bovendien het risico zou lopen dat de aldus verkregen informatie voor fiscale doeleinden niet zou kunnen worden gebruikt omdat de overheid de onrechtmatigheid heeft geïnitieerd of gefaciliteerd.

Uit onderzoek van Fiscaal up to Date blijkt nu dat fiscaal tipgeversbeleid van veel recentere datum bestaat. Het ministerie van Financiën heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een document uit 1994 verstrekt waarin nieuw, verruimd tipgeversbeleid is opgenomen. Hierin staan niet alleen de al in 1985 bestaande criteria dat voor het uitloven van tipgeld altijd een machtiging nodig is van de directie Algemene Fiscale Zaken, dat het moet gaan om zaken met een aanzienlijk fiscaal belang, dat wordt uitgegaan van het beginsel van “no cure no pay” en dat geen concessies worden gedaan in de heffings-, invorderings- en strafrechtelijke sfeer, maar in het document uit 1994 zijn ook twee tot nu toe geheim gebleven criteria opgenomen. En die twee criteria zijn nu net de kwintessens van de regeling. Het tipgeld wordt in de praktijk namelijk alleen betaald als dit vooraf is overeengekomen met de tipgever. Daarnaast is een vuistregel opgenomen voor het uit te loven en te betalen tipgeld. Aan tipgeld wordt maximaal 1% van de te ontvangen belastingopbrengst betaald (“met een maximum van f 5.000”) en dit maximum kan in bepaalde gevallen hoger worden gesteld. In het geval van de mysterieuze tipgever aan wie “enkele tonnen” is toegekend, moet deze uitzondering aan de orde zijn geweest.

Het in het document uit 1994 opgenomen tipgeld van 1% zou wel eens de reden kunnen zijn dat dit beleid geheim moest blijven omdat de Nederlandse overheid de stelregel heeft dat het plegen van misdrijven om tipgelden van de overheid te incasseren niet aantrekkelijk moet worden gemaakt met een wettelijke regeling die het uitloven en betalen van tipgeld in het vooruitzicht stelt.

Uit dit alles kan slechts worden geconcludeerd dat de overheid schijnheilig is omdat zij betaalt voor informatie die is gestolen en dus aan (opzet)heling doet, naar buiten toe predikt dat premiejagen uit den boze is maar tóch beleid heeft dat premiejagen in de hand werkt en als daarover vragen worden gesteld ook nog eens blijkt te jokken. Het is dan moeilijk om deze overheid serieus te nemen, juist in een tijd dat de overheid ook nog beweert werk te maken van transparantie.

 2 oktober 2013

 Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

Bekijk ook:

 

tipgeversbeleid (1)

Door het oog van
Monique Ligtenberg
Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

In 'Door het oog van' geeft mr. Monique Ligtenberg haar kijk op actueel fiscaal nieuws, wetgeving of rechtspraak. De columns die zij schreef voor RTL Z en de Telegraaf zijn ook in deze rubriek terug te vinden.

Bekijk alle columns

Om deze column te kunnen delen op sociale media dient u marketing-cookies te accepteren.

Overzicht columns