Belastinginspecteur, hoor eens even!

24 juni 2019

Mensen met een (fiscaal-)juridisch vak staan erom bekend dat ze veel praten maar niets zeggen. Belastingambtenaren met zo’n achtergrond zijn zowel niet sprekend als weinigzeggend. Zij moeten één en al oor zijn, maar zijn dat vaak niet. Belastingadviseurs ervaren een steeds slechtere kwaliteit van de dienstverlening door de Belastingdienst. Vooral in de (telefonische) communicatie laat de fiscus steken vallen en is rechtstreeks contact bijna niet mogelijk. In deze situatie komt ook de hoorplicht van de inspecteur niet goed tot zijn recht.

De belastingplichtige die in bezwaar komt tegen een belastingaanslag moet laten weten dat hij wil worden gehoord, maar de inspecteur moet het initiatief nemen en de nodige inspanningen verrichten om een passende locatie en datum voor het hoorgesprek te vinden. Er mag volgens de Hoge Raad ook telefonisch worden gehoord, zodat bezwaarmakers bij een lange reisafstand of verwachte korte duur van het hoorgesprek niet fysiek bij de Belastingdienst hoeven te verschijnen. Voorwaarde is wel dat beide partijen ermee hebben ingestemd en dat het verder allemaal zorgvuldig gebeurt.

Er hoeft niet te worden gehoord als de belastingplichtige daar geen behoefte aan heeft, maar dat moet dan wel heel duidelijk zijn. Belastinginspecteurs hebben nogal eens de neiging ervan uit te gaan dat ze niet hoeven te horen als de belastingplichtige niet antwoordt op hun vragen voor het inplannen van een hoorgesprek. Het niet-reageren betekent helemaal niet dat (stilzwijgend) afstand is gedaan van het hoorrecht. Een andere nare gewoonte is dat inspecteurs het horen maar even laten zitten omdat ze in de knoop komen met een andere verplichting. Er moet namelijk óók nog binnen zes weken uitspraak op bezwaar worden gedaan. Verder wordt ook nog weleens vergeten dat in principe door een andere ambtenaar moet worden gehoord dan door de oorspronkelijke besluitnemer.

Dat horen is voor de Belastingdienst vast veel rompslomp, maar het verzaken van de hoorplicht kan de dienst duur komen te staan. Als de rechter in de beroepsfase tot de conclusie komt dat de inspecteur de hoorplicht heeft geschonden, gaat de zaak als een boemerang terug naar het belastingkantoor. Dan geldt alleen nog maar “wie niet horen wil, moet voelen”. De inspecteur moet de zaak nog maar eens dunnetjes overdoen én hij krijgt bovendien de rekening gepresenteerd van de proceskosten en zal ook nog eens het griffierecht moeten terugbetalen. Dat kan ook niet op zijn elfendertigst, want bij de minste vertraging gaat de wettelijke rente lopen.

Het horen is echt niet zomaar maar een formeel “dingetje”. Het horen dient degenen die goed gebekt, maar slecht op papier zijn. De bezwaarfase is bovendien een inhoudelijke heroverweging van het primaire besluit, waarvan het hoorgesprek één van de belangrijkste onderdelen is. Ook de belastingrechters blijken bij de hoorplicht steeds meer waarde te hechten aan de inhoud dan aan de vorm. Door de betrokkene vóór de beslissing op het bezwaarschrift te horen kan de Belastingdienst informatie krijgen die misschien mogelijk een ander licht werpt op het geschil. Het kan er in een ideaalsituatie ook toe leiden dat samen een oplossing wordt bereikt. Voor de fiscus is de hoorplicht vast veel gedoe, maar inspecteurs moeten ervan doordrongen zijn dat een belastingplichtige die niet wordt gehoord, gewoon een oor wordt aangenaaid.

Mr. Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date (www.futd.nl

Door het oog van
Monique Ligtenberg
Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

In 'Door het oog van' geeft mr. Monique Ligtenberg haar kijk op actueel fiscaal nieuws, wetgeving of rechtspraak. De columns die zij schreef voor RTL Z en de Telegraaf zijn ook in deze rubriek terug te vinden.

Bekijk alle columns

Om deze column te kunnen delen op sociale media dient u marketing-cookies te accepteren.

Overzicht columns