Over punniksets, kabelschoentjes en vormfouten

20 februari 2018

Iedereen die internationaal inkoopt, importeert, exporteert, wederuitvoert, vervoert of laat vervoeren, heeft te maken met de Douane. Het daarmee samenhangende douanerecht is veelomvattend, niet erg toegankelijk en complex. Voor de bepaling van de invoer- en douanerechten is een juiste goederencode essentieel. Onjuiste codes kunnen leiden tot enorme naheffingen en boeten. Bij de rechter gaan de meeste douanegeschillen dan ook over de goederenindeling. Daarvoor is kennis en kunde van de (inter)nationale douanewet- en regelgeving vereist, maar ook warenkennis – want wie krijgt nu bedacht dat het tarief voor gekoelde knoflook niet gelijk is aan dat voor gedroogde knoflook? Dat een punnikset geen speelgoed is dat is belast tegen 3,7% maar is vrijgesteld als “overige houtwaren”, alleen omdat handwerken of rondbreien met het klosje met pinnetjes geen spel of vermaak is. En zou je van kabelschoentjes nu verwachten dat die onder het 0%-tarief voor contactverbindingen voor draad vallen, en niet als stekkers onder het 2,2% tarief?

In dit exotische vakgebied is een heel belangrijk beginsel ontstaan: het verdedigingsbeginsel. Hieronder vallen rechten die kunnen worden ingeroepen in de administratieve procedure, zoals het recht om de zienswijze naar voren te brengen, het recht op informatie over de verweten feiten, het recht op inzage in de stukken, het recht op voldoende voorbereiding, het recht op bijstand en het recht om zichzelf niet te beschuldigen. In de praktijk draait het vooral om het recht om te worden gehoord en het recht op inzage in de documenten die een rol hebben gespeeld bij de besluitvorming van de Belastingdienst of Douane. Hoewel het verdedigingsrecht heel ruim is, is het op twee belangrijke punten toch weer beperkt.

In de eerste plaats heeft het niet-vooraf horen of niet-vooraf inzage geven in stukken alleen gevolgen als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat zijn geschil met de Belastingdienst of Douane een andere afloop zou hebben gehad als hij in de gelegenheid was gesteld om vooraf een inbreng te leveren die voor het vaststellen van het besluit van belang was en waarvan niet kon worden uitgesloten dat deze tot een besluitvormingsproces met een andere afloop had kunnen leiden. Dat is een mondvol, maar bewijstechnisch niet zo zwaar als het lijkt. Zo vernietigde de Rechtbank van Noord-Holland met gemak een naheffingsaanslag BTW van maar liefst € 30 mln met een boete van € 5 mln die was opgelegd aan een handelaar in computeronderdelen, omdat de inspecteur bij zijn weigering van aftrek van de BTW niet vooraf alle stukken aan de handelaar had gegeven.

Verder kan het beginsel alleen worden ingeroepen bij (bezwarende) besluiten die binnen het toepassingsgebied van het recht van de Europese Unie vallen. Het is daarmee beperkt tot heffingen die zijn gebaseerd op communautaire regelgeving, zoals douane, accijnzen en BTW. Bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant bleef laatst nog geen eurocent heel van een naheffingsaanslag BPM omdat de inspecteur geen vooraankondiging van de naheffing had gestuurd. Hoewel de BPM een Nederlandse heffing is, vond de rechter dat het verdedigingsrecht aan de orde was omdat het ging om de import van een auto uit een EU-lidstaat. Het Gerechtshof in Den Bosch ging nog verder. Het Hof veegde een direct invorderbare voorlopige aanslag inkomstenbelasting van tafel omdat die was opgelegd aan een verdachte in een strafrechtelijk onderzoek naar carrouselfraude zonder dat de man vooraf was gehoord. Volgens de belastingrechter had de inspecteur het verdedigingsbeginsel moeten respecteren omdat de man beschikte over een kantoorruimte in Duitsland van waaruit hij leidinggevende activiteiten verrichtte waarmee hij de vermeende inkomsten zou hebben genoten.

De laatste zaak ligt bij de Hoge Raad, zodat sommigen op grond van het sub judice-beginsel zullen zeggen dat er niet over gesproken en geschreven mag worden totdat over die zaken onherroepelijk is beslist. Laten we het dan maar even onder ons houden. Er is heel veel voor te zeggen om het verdedigingsrecht van de burger niet alleen te respecteren bij vragen over tariefcodes van multipliers, decubitusmatrassen en kunststof winterfiguurtjes, maar dit ook toe te laten bij kwesties waarin het communautaire recht niet direct aan de orde is . Net als aan knoflook, zit namelijk een luchtje aan elk besluit van de Belastingdienst of Douane waarbij het hoor- en inzagerecht wordt verzaakt als de burger met aanslagen en boeten hard in de portemonnee wordt geraakt.

Mr. Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date (www.futd.nl)

verdedigingsbeginsel

Door het oog van
Monique Ligtenberg
Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

In 'Door het oog van' geeft mr. Monique Ligtenberg haar kijk op actueel fiscaal nieuws, wetgeving of rechtspraak. De columns die zij schreef voor RTL Z en de Telegraaf zijn ook in deze rubriek terug te vinden.

Bekijk alle columns

Om deze column te kunnen delen op sociale media dient u marketing-cookies te accepteren.

Overzicht columns