Fiscale boeten straffer dan straf

27 februari 2017

De fiscale fraudeur kan worden aangepakt door de Belastingdienst of het Openbaar Ministerie. Allebei overheid, dus zou het niet moeten uitmaken of je nu door de hond of de kat wordt gebeten. Dat is een misvatting. Met een boete van de belastinginspecteur is de belastingplichtige rechtelozer dan degene die door de Officier van Justitie wordt beboet. De met het belastingrecht opgelegde boete is net als de met het strafrecht opgelegde boete een “straf” waarop de universele rechten van de mens van toepassing zijn, maar de beboete belastingplichtige krijgt daarvoor weinig rechtsbescherming.

De boete werd in het belastingrecht ingevoerd als bestuursrechtelijk alternatief voor een strafrechtelijke afstraffing van lichte, eenvoudige en veelvoorkomende overtredingen. Het zonder rompslomp snel kunnen opleggen en innen van boeten door de Belastingdienst en het preventieve effect als afschrikmiddel heeft ertoe geleid dat meer overtredingen en ernstigere overtredingen fiscaal worden beboet die eerst via het strafrecht werden afgedaan, en dat hogere boeten worden opgelegd voor relatief lichte overtredingen. Het succes voor de Belastingdienst van een efficiënte en effectieve boeteoplegging gaat echter ten koste van de belastingplichtige.

Er zijn een paar opvallende verschillen tussen het strafrechtelijke en het fiscaalrechtelijke traject. Zo moet griffierecht worden betaald om de boete door de belastingrechter te laten toetsen en is de toegang tot de strafrechter gratis. Verder is rechtsbijstand bij de strafrechter verplicht, terwijl dat bij de belastingrechter niet hoeft. Maar er zijn belangrijkere en voor de belastingplichtige ingrijpendere verschillen. Die verschillen zitten in de bewijsvoering en de bewijstoepassing.

De strafrechter veroordeelt pas tot een boete als hij wettig en overtuigend bewijs heeft van de daad en de dader. De belastingrechter heeft daar geen harde bewijzen voor nodig. Hij is niet gebonden aan bewijsvoorschriften en hoeft zich al helemaal niets aan te trekken van het oordeel van de strafrechter, zelfs niet als het om dezelfde feiten en dezelfde bewijsmiddelen gaat. Het is voldoende dat de belastinginspecteur aannemelijk maakt dat de belastingplichtige zijn fiscale verplichtingen heeft verzaakt. Dan kan zelfs de bewijslast worden omgekeerd en mag de inspecteur boeten opleggen over aanslagen die zijn gebaseerd op geschatte bedragen. De belastingplichtige moet dan de onjuistheid bewijzen van die schattingen en de daaraan opgehangen boeten. Een tweede belangrijk verschil is dat de strafrechter onrechtmatig verkregen bewijs moet uitsluiten of beperken als bewijs, terwijl de belastingrechter dergelijk bewijs doodleuk kan gebruiken als onderbouwing van de belastingaanslag plus de boete. Anonieme tips, klikbrieven, gestolen informatie of valse verklaringen, het kan allemaal ten grondslag worden gelegd aan de fiscale boete. Waar in het strafrecht de waarheidsvinding voorop staat, is het belastingrecht vooral pragmatisch en niet-principieel waardoor rechten van de burger voor eenzelfde strafsoort worden geschonden.

Hoewel er best goede argumenten zijn om de twee trajecten niet geheel te uniformeren, mag de beboete belastingplichtige wel wat meer in bescherming worden genomen dan nu het geval is. Dat is wenselijk want iedereen die het heeft meegemaakt, weet dat het nogal wat uitmaakt of je door de hond of de kat wordt gebeten.

Mr. Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date (
www.futd.nl)

fiscale-boeten

Door het oog van
Monique Ligtenberg
Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

In 'Door het oog van' geeft mr. Monique Ligtenberg haar kijk op actueel fiscaal nieuws, wetgeving of rechtspraak. De columns die zij schreef voor RTL Z en de Telegraaf zijn ook in deze rubriek terug te vinden.

Bekijk alle columns

Om deze column te kunnen delen op sociale media dient u marketing-cookies te accepteren.

Overzicht columns