Fiscale frustraties

21 juli 2016

De eerste keer vergeet je niet. Ik ook niet. Het gebeurde toen ik hoorde dat staatssecretaris Eric Wiebes ervan baalde dat er te weinig wordt gefraudeerd. Althans woorden met die strekking. Op de langste dag van dit jaar zei de bewindsman van Financiën tijdens een debat in de Tweede Kamer dat hij een gevoel van teleurstelling niet kon onderdrukken toen hem duidelijk werd dat het onderzoek van de Belastingdienst naar de Panama Papers niet het gewenste aantal Nederlandse namen heeft opgebracht waarop de fiscus had gehoopt.

Laten we hopen dat dit een naïeve verspreking of een foute grap is, want anders is het toch schokkend dat de baas van de Belastingdienst zo verdrietig is dat er zo weinig wordt ontdoken of ontweken in plaats van blij en verheugd te zijn dat het blijkbaar prima gesteld is met de Nederlandse belastingmoraal. Dit is toch net een parkeerwachter die boos wordt als hij een geldig parkeerkaartje achter de voorruit aantreft? De teleurstelling past overigens ook niet bij de jaren geleden door de Belastingdienst ingezette toverformule van compliance en horizontaal toezicht. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat belastingplichtigen geheel vrijwillig aan hun fiscale verplichtingen voldoen zonder dat zij hoeven te worden gecontroleerd. Achter deze concepten zit het idee van een terugtrekkende overheid waar handhaving en verticaal toezicht niet nodig is. Als dit werkelijk zo’n succesnummers zijn, is het toch logisch dat de Panama Papers geen fraudeurs opleveren? Had de staatssecretaris dan niet beter kunnen zeggen dat horizontaal toezicht waarvoor de Belastingdienst zó zijn best doet, gewoon perfect is gelukt? En dat daarom ook veel minder medewerkers bij de Belastingdienst nodig zijn en hij juist daarom ook een afvloeiingsregeling heeft getroffen zodat er velen snel zouden opstappen.

De tweede keer blijft ook bij. Dat was de teleurstelling over het arrest van een maandje terug toen de Hoge Raad besliste dat het in Nederland dik in orde is met de heffing op vermogen. Althans, voor de jaren 2010 en 2011 zag de hoogste rechter geen reden om een stokje te steken voor een heffing van 30% over een forfaitair jubelrendement van 4%, terwijl we natuurlijk allemaal weten dat dit rendement voor bijna niemand een haalbare kaart is. De Hoge Raad stak voor de toekomst nog wel een waarschuwend vingertje op naar de wetgever, maar die heeft al eerder een beetje eieren voor zijn geld gekozen door de heffing in box 3 voor 2017 wat aan te passen. Dan geldt, afhankelijk van de hoogte van het vermogen, een staffel met een fictief rendement tussen 2,9% en 5,5%. Vermoedelijk zal de wetgever hier ook wel weer mee wegkomen. Dan is er nog een kansje te wagen bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens met de klacht dat de heffing tot een individuele buitensporige last leidt en daarmee een inbreuk maakt op het eigendomsrecht. Op fiscaal gebied moest de Hongaarse overheid daar bakzeil halen met een crisismaatregel waarbij 98% belasting werd geheven over ontslaguitkeringen van (belasting)ambtenaren. Of dat met de Nederlandse vermogensrendementsheffing ook zo afloopt, weet niemand. Zeker is wel dat belastingen soms wel buitensporig frustrerend zijn.

Mr. Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date (www.futd.nl)

 

fiscale frustaties

Door het oog van
Monique Ligtenberg
Monique Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

In 'Door het oog van' geeft mr. Monique Ligtenberg haar kijk op actueel fiscaal nieuws, wetgeving of rechtspraak. De columns die zij schreef voor RTL Z en de Telegraaf zijn ook in deze rubriek terug te vinden.

Bekijk alle columns

Om deze column te kunnen delen op sociale media dient u marketing-cookies te accepteren.

Overzicht columns