Identificatie rekeninghouder Van Lanschot was voldoende betrouwbaar
Mevrouw Y ontving net als mevrouw X in bovenstaande zaak (zie FutD 2010-2231) navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting met boeten van 100%. Anders dan mevrouw X, was mevrouw Y zelf als rekeninghouder van een rekening Van Lanschot in Luxemburg aangemerkt. Rechtbank Breda handhaafde de aan mevrouw Y opgelegde navorderingsaanslagen. De identificatiemethode van de rekeninghouders was volgens de Rechtbank betrouwbaar. Uit het identificatieproces kwam in dit geval slechts één “hit” naar voren. De combinatie van de achternaam met de voorletters van mevrouw Y was zo specifiek dat er volgens de Rechtbank geen reden was om aan te nemen dat de vermelding in het renseignement op enig andere persoon dan mevrouw Y kon slaan. De Rechtbank verwierp de stelling dat er sprake was van knip- en plakwerk, zodat de renseignementen niet bruikbaar waren voor de identificatie. Wel verminderde de Rechtbank de boeten wegens omkering van de bewijslast en overschrijding van de redelijke termijn met 25%.
Rechtbank Breda 8-9-2010, nr. 09/493 en nr. 09/494

