VSO gehandhaafd na afstand rechtsmiddelen en niet-bewezen wilsgebreken
In het kader van het rekeningenproject legde de inspecteur vragen voor aan mevrouw X. Mevrouw X verklaarde daarop dat zij over een bankrekening bij de KB Lux te Luxemburg had beschikt die zij niet in haar aangiften inkomstenbelasting had vermeld. Na kennisneming van de door mevrouw X overgelegde stukken legde de inspecteur haar een berekening voor van het na te vorderen bedrag aan inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting (VB) over 1990 tot en met 2000 met boeten van 50% en heffingsrente. Vervolgens stuurde de inspecteur haar een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarin stond dat het te betalen bedrag zou worden geheven in één navorderingsaanslag VB 1999. Daarin was ook opgenomen dat geen bezwaar en/of beroep zou worden aangetekend. Mevrouw X stuurde de VSO ondertekend terug naar de inspecteur, maar stelde later dat de VSO moest worden vernietigd, omdat deze onder druk of dwang tot stand was gekomen. Hof Amsterdam liet de VSO in stand, omdat mevrouw X haar stelling niet had onderbouwd, terwijl de inspecteur expliciet had betwist dat sprake was geweest van ongeoorloofde druk of dwang, omdat mevrouw X zelf antwoord had gegeven op de vragen, zij persoonlijk aanwezig was geweest bij het gesprek, zij het verslag voor juist en volledig had getekend, zij na het gesprek zelf informatie had opgevraagd bij de KB Lux, zij de van die bank ontvangen bescheiden zelf had verstrekt aan de Belastingdienst en zij de VSO ruim een week na toezending had ondertekend en geretourneerd. Hierdoor had zij volgens het Hof niet aannemelijk gemaakt dat sprake was geweest van enig wilsgebrek bij de totstandkoming van de VSO.
Hof Amsterdam 14-10-2010, nr. 04/02821

