Ministerie ontkent boeteloze navordering KB Lux

In Fiscaal up to Date nummer 2003-1413 (met ons commentaar) plaatsten wij een redactioneel artikel met de titel “Vrijwillige verbetering geaccepteerd in KB Lux”. Dit artikel ging over een vermoedelijke KB Lux-rekeninghouder die als zodanig door de Belastingdienst was benaderd en die nadien overging tot vrijwillige verbetering. Later ontving die belastingplichtige een navorderingsaanslag vermogensbelasting 1999 conform de overgelegde berekeningen. De navorderingsaanslag werd in tegenstelling tot hetgeen was aangekondigd en in tegenstelling tot het eerder in het draaiboek uitgebrachte beleid zonder boete opgelegd. De inspecteur bevestigde bovendien desgevraagd aan de advocaat van deze belastingplichtige dat de vrijwillige verbetering ex artikel 67n van de Algemene wet inzake rijksbelastingen door de Belastingdienst was geaccepteerd. De informatie die aan het artikel ten grondslag lag, kregen wij van mr M. Hendriks, advocaat-belastingkundige van Jaegers & Soons advocaten-belastingkundigen te Nijmegen, die de brieven in kopie en volledig geanonimiseerd aan de redactie van Fiscaal up to Date had verstrekt. Aangezien die brieven onder de geheimhoudingsplicht van de advocaat vallen, voegden wij bij het genoemde artikel in Fiscaal up to Date geen brondocument.

In ons commentaar bij dit artikel stelden wij kortgezegd dat deze inspecteursbeslissing landelijke werking zou kunnen hebben, enerzijds wegens de reorganisatie van de Belastingdienst per 1 januari 2003 en anderzijds wegens het feit dat het rekeningenproject een landelijk gecoördineerde actie van de Belastingdienst betreft. Verder stelden wij dat bij zogenaamde “fishing expeditions” van (in dit geval) de Belastingdienst in wezen per definitie sprake is van vrijwillige verbetering. Na publicatie heeft dit artikel en ons commentaar tot de nodige beroering bij het ministerie van Financiën c.q. de projectgroep geleid, zo is ons ter ore gekomen. Ook begrepen wij dat advocaten en belastingadviseurs zich inmiddels op de geschetste casus beroepen. Tot slot hebben wij vernomen dat het ministerie van Financiën voornemens was het beleid in het kader van het rekeningenproject aan te passen. Op 8 september 2003 legden wij, ter verificatie van deze informatie, vragen voor aan het ministerie van Financiën.

Op 25 september 2003 deelde de woordvoerder van het ministerie van Financiën ons telefonisch mede dat de in Fiscaal up to Date 2003-1413 vermelde zaak niet bestond. Verder had de projectgroep volgens de woordvoerder ontkend dat advocaten en/of belastingadviseurs zich (hebben) beroepen op de publicatie. Op ons verzoek werd deze mededeling op 3 oktober 2003 door mevrouw H. Neppérus, namens de staatssecretaris van Financiën, als volgt schriftelijk verwoord (wij citeren):

“In antwoord op uw bovenvermelde brief bericht ik u dat de Belastingdienst de feiten zoals vermeld in Fiscaal up to Date 2003-1413 niet kan verifiëren omdat de casus niet te traceren is. Gezien het gepresenteerde feitencomplex acht de Belastingdienst het niet waarschijnlijk dat een en ander daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Evenmin heeft de Belastingdienst aanwijzingen om te veronderstellen dat uw stelling dat veel advocaten zich naar aanleiding van het artikel massaal op boeteloze navordering beroepen, klopt.
Er is derhalve voor u geen enkele aanleiding om aan te nemen dat het voornemen bestaat het beleid met betrekking tot het rekeningproject te wijzigen naar aanleiding van uw publicatie.” (einde citaat)

Gezien deze “onwaarachtige” reactie hebben wij samen met mr. Hendriks van Jaegers & Soons besloten de volgende brondocumenten ter beschikking te stellen:

  1. Een proces-verbaal van notaris mr. J.J.M. ten Berge te Nijmegen, waaruit blijkt dat de casus zoals deze is beschreven in FutD 2003-1413 wel degelijk bestaat. De aan dit proces-verbaal gehechte geanonimiseerde bescheiden zijn op grond van de geheimhoudingsverplichting van mr. M. Hendriks niet beschikbaar. Daarin staat immers beschreven dat de betreffende inspecteur expliciet akkoord is gegaan met de vrijwillige verbetering van KB Lux-gelden nadat de belastingplichtige de brief van de Belastingdienst had ontvangen waarin hem was meegedeeld dat uit een onderzoek naar voren was gekomen dat hij houder zou zijn geweest van een in het buitenland aangehouden bankrekening.
  2. Een brief van een inspecteur van de Belastingdienst/Amsterdam aan belastingadviseur Drs. R.P. Hek FB van Wilhelminastaete Belastingadviseurs te Deventer waaruit blijkt dat een inspecteur vooralsnog niet bereid is in een andere KB Lux-zaak de boete achterwege te laten, omdat de Belastingdienst een beleidswijziging aan het voorbereiden is naar aanleiding van het artikel in Fiscaal up to Date.

Fiscaal up to Date fax 1-10-2003 (Fida 20033427);
Ministerie van Financiën 3-10-2003, nr. DGB2003-05320U (Fida 20033204);
Notaris mr. J.J.M. ten Berge te Nijmegen brief 30-10-2003 (Fida 20033439);
Belastingdienst/Amsterdam brief 21-8-2003 (Fida 20033426)

Ons commentaar
De antwoorden van mevrouw H. Neppérus tonen aan dat er sprake is van ten minste drie onwaarachtigheden:

  1. Eerst deelde het ministerie van Financiën namens de projectgroep ons mondeling mede dat de in het FutD-artikel geschetste casus zich niet had voorgedaan en dat de zaak waaraan werd gerefereerd niet had plaatsgevonden. Later werd in een officiële brief een lichte nuancering aangebracht. Het kon niet geverifieerd worden of een en ander zich daadwerkelijk had voorgedaan. Uit de bij dit artikel gevoegde brieven blijkt onomstotelijk dat de in FutD 2003-1413 beschreven zaak wel degelijk heeft plaatsgevonden. Met de gegeven antwoorden heeft het ministerie van Financiën mr. M. Hendriks impliciet beschuldigd van het verkondigen van onwaarheden en bovendien de redactie van Fiscaal up to Date in feite als onbetrouwbaar gekenschetst. De reactie van het ministerie van Financiën verdient dan ook bepaald geen schoonheidsprijs. Het is mogelijk dat het ministerie van Financiën “onwaarachtige” antwoorden heeft gegeven omdat men vreest voor de uitstraling en precedentwerking van deze zaak. Het is ook mogelijk dat het ministerie van Financiën de zaak inderdaad niet boven water heeft kunnen krijgen, ondanks het gebruikte draaiboek en registratiesysteem. Dit zou blijk geven van incompetentie.
  2. De reactie van mevrouw Neppérus op de stelling van Fiscaal up to Date dat “veel” advocaten zich momenteel in de KB Lux-affaire beroepen op een boeteloze navordering”, is een antwoord op een door haar verdraaide vraag. De vraag was niet dat “veel advocaten zich naar aanleiding van het artikel massaal op boeteloze navordering beroepen”. Het woord “massaal” is door Fiscaal up to Date nimmer gebruikt. Uit de brief van belastingadviseur Drs. R.P. Hek FB van Wilhelminastaete Belastingadviseurs te Deventer blijkt in ieder geval dat minimaal één belastingadviseur een beroep heeft gedaan op het artikel plus commentaar in FutD 2003-1413.
  3. Uit de brief van de inspecteur van de Belastingdienst/Amsterdam aan Drs. R.P. Hek FB blijkt dat de inspecteur op de hoogte is van nieuw te formuleren beleid op KB Lux-gebied. Indien een inspecteur in het land hiervan op de hoogte is, vinden wij – anders dan mevrouw Neppérus – de veronderstelling gerechtvaardigd dat deze inspecteur van de projectgroep c.q. het ministerie van Financiën heeft vernomen dat nieuw beleid wordt geformuleerd. Met name omdat sprake is van een landelijk gecoördineerde actie waarbij de inspecteurs op de eenheden niet mogen afwijken van het in het kader van deze actie gevoerde beleid.

Wij blijven derhalve bij de inhoud van ons artikel in FutD 2003-1413 en bij ons commentaar dat men zich (met succes) kan beroepen op de beslissing van een inspecteur dat sprake is van een vrijwillige verbetering indien men openheid van zaken geeft in de KB Lux-saldi en -inkomsten, ook al heeft men daarvoor de bewuste (dreig)brieven van de Belastingdienst ontvangen. Overigens verwachten wij wel dat voor een succesvol beroep te zijner tijd de geanonimiseerde bescheiden overgelegd dienen te worden aan de betreffende inspecteur dan wel aan het Gerechtshof. Deze kunnen echter, zoals bekend, niet als brondocument ter beschikking worden gesteld. In zoverre heeft mr. M. Hendriks de beste kaarten in handen.

Tot slot verwijzen wij naar de voor een ieder toegankelijke rubriek “achtergronden” op onze website (www.futd.nl), waarin wij onder de “specials” alle artikelen en commentaren die in Fiscaal up to Date zijn verschenen, in het “KB Lux-dossier” hebben opgenomen. De artikelen plus commentaren zijn als volgt gerubriceerd:

  1. Achtergronden
  2. Fiscale en strafrechtelijke aspecten
    1. Toelaatbaarheid van het bewijsmateriaal
    2. Bewijskracht van door de Belastingdienst getoonde stukken
    3. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
    4. Inkeer
    5. Identificatie van de vermeende rekeninghouders
    6. Schatting van de ontdoken belasting
    7. Zwijgrecht
    8. Vaststellingsovereenkomst
    9. Omkering bewijslast
    10. Nauta-protocol