Behandel alle WOZ-bezwaren

Telegraaf, 11-02-2010

Fierensmarge volgens AG in strijd met eerste protocol EVRM

X maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op € 99.000. De gemeente verklaarde het bezwaar ongegrond, maar stuurde kort daarna een ambtshalve kennisgeving waarin stond dat “de correcte WOZ-waarde” € 95.000 bedroeg, maar dat de WOZ-waarde niet op dat bedrag kon worden vastgesteld door toepassing van de Fierensdrempel van artikel 26a van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Hof Den Haag (zie FutD 2008-0983) bevestigde in navolging van Rechtbank Rotterdam (zie FutD 2006-1412 met ons commentaar) het standpunt van de gemeente. X ging in cassatie.

Advocaat-Generaal (AG) van Ballegooijen heeft naar aanleiding daarvan een conclusie genomen. Artikel 26a van de Wet WOZ maakte volgens de AG een inbreuk op het eigendomsrecht van artikel 1, Eerste Protocol bij het EVRM. Een overheidsmaatregel die het eigendomsrecht aantastte, was onrechtmatig als zij verstrekkende gevolgen had voor een eigenaar, verweer was uitgesloten en een andere maatregel aan de overheid ter beschikking stond om zijn doel te bereiken. De belastingplichtigen, van wie eigendomsrechten door de belastingheffing werden aangetast, konden zich volgens de AG door de drempel voor bezwaar- en beroep, niet weren tegen foutieve waardebepalingen van hun onroerende zaak. Het nadeel voor de belastingplichtigen gaat volgens de AG weliswaar over geen grote bedragen, maar waren ook niet onbeduidend te noemen. Er werden jaarlijks vele duizenden belastingprocedures gevoerd om dezelfde geringe belangen. De overheid staat volgens de AG ook een alternatief ter beschikking, namelijk de invoering van een stelsel van waardeklassen. Daarmee wordt hetzelfde doel gediend, namelijk conflictbeheersing en uitvoerbaarheid van de Wet WOZ, maar wordt geen afbreuk gedaan aan de rechtsbescherming van de eigenaar van een onroerende zaak die te hoog is gewaardeerd. De AG adviseerde de Hoge Raad het cassatieberoep van X gegrond te verklaren.

Conclusie AG 29-12-2009, nr. 08/2324 (Fida 20100609)

Ons commentaar
Met ingang van 1 januari 2005 werd in artikel 26a van de Wet WOZ op amendement van het Tweede Kamerlid Fierens een drempel ingevoerd. Op grond van deze zogenoemde Fierensdrempel wordt de door de gemeente bij beschikking vastgestelde WOZ-waarde geacht juist te zijn als die waarde maximaal een bepaald percentage of bedrag afwijkt van de daadwerkelijke WOZ-waarde. Bezwaar en beroep heeft dan alleen zin als de bij beschikking vastgestelde WOZ-waarde méér dan de in artikel 26a van de Wet WOZ opgenomen marge afwijkt van de volgens de regels van de Wet WOZ vast te stellen waarde. De Fierensdrempel werd ingevoerd om bezwaar en (hoger) beroep tegen een waardebeschikking in te dammen. De Hoge Raad besliste op 15 februari 2008 (zie FutD 2008-0323 met ons commentaar) dat voor de toepassing van deze drempel moet worden uitgegaan van de in de oorspronkelijke WOZ-beschikking opgenomen WOZ-waarde, en niet van de waarde in de uitspraak op het bezwaar van de gemeente of de uitspraak van de rechter is vastgesteld. Verder besliste de Hoge Raad dat gemeenten de Fierensdrempel buiten toepassing mogen laten. De vraag naar de toelaatbaarheid van de Fierensdrempel was toen niet aan de orde, deze staat thans wel centraal in de lezenswaardige conclusie van Advocaat-Generaal (AG) Van Ballegooijen.

Volgens de AG leidt de Fierensdrempel weliswaar tot ongelijke behandeling, maar niet tot een verdragsrechtelijk verboden discriminatie, omdat de wetgever gezien zijn ruime beoordelingsvrijheid op fiscaal gebied vanuit het oogpunt van kosten- of werkbesparing een drempel mag invoeren om bezwaar- en beroepsprocedures terug te dringen. De heer van Ballegooijen vindt het begrijpelijk dat de wetgever discussies tussen gemeenten en belastingplichtigen over betrekkelijk geringe waardeverschillen wil voorkomen, maar de keerzijde hiervan is dat belastingplichtigen door de Fierensdrempel genoegen moeten nemen met onmiskenbare fouten in de taxatie bijvoorbeeld als het taxatierapport een dakkapel in de WOZ-waarde opneemt, die er niet is, of van een te grote oppervlakte of te grote inhoud van het object is uitgegaan. De Fierensdrempel sluit onbenullige grieven uit, maar kan er ook toe leiden dat serieuze grieven worden uitgesloten van rechtsbescherming. Ofschoon het financiële nadeel van de belastingplichtige niet groot is, is volgens de heer Van Ballegooijen zeker geen sprake van een onbeduidend bedrag (in alle gevallen meer dan € 40). Zeker als men in aanmerking neemt dat de reikwijdte van WOZ-waarderingen veel groter is dan alleen de functie van heffingsmaatstaf voor de lokale heffingen als de OZB en waterschapsomslag, en voortaan ook geldt als uitgangspunt voor het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting, voor de bodemwaarde van afschrijvingen op vastgoed in de vennootschaps- en de inkomstenbelasting en vanaf 1 januari 2010 ook voor de schenk- en erfbelasting, kan niet gezegd worden dat bij grieven over betrekkelijk kleine waardeverschillen sprake is van querulant gedrag. Bovendien worden jaarlijks heel veel zaken met belangen van minder dan € 50 uitgeprocedeerd waarvoor geen procesdrempel geldt. Wij zijn benieuwd of de Hoge Raad het advies van de heer van Ballegooijen opvolgt en de Fierensdrempel zijn lustrum haalt.

Bron:
Fida 20100609 – Conclusie AG 29-12-2009 0802324