Douane Update
   

Tariefindeling medische implantaatschroeven

Tariefposten 8108 en 9021 

Het Hof van Justitie van de EU heeft beslist over de tariefindeling van bepaalde medische implantaatschroeven. Volgens het Hof onderscheiden deze zich van gewone schroeven door hun zorgvuldige vervaardiging en hun grote precisie. Er moet daarom geen beslissend belang worden toegekend aan de uiterlijke verschijningsvorm van de medische implantaatschroeven.

Het Hof van Justitie heeft uitspraak gedaan over de tariefindeling van drie modellen van implantaatschroeven. Deze zijn bestemd om in het menselijk lichaam te worden ingebracht voor de behandeling van breuken in het beendergestel of voor de bevestiging van protheses. De schroeven hebben de volgende gemeenschappelijke kenmerken:

  • een doorsnede van respectievelijk 6,5 mm, 6,5 mm en 4 mm;
  • een lengte van respectievelijk 25 mm, 50 mm en 16 mm;
  • een speciaal ontwikkeld schroefdraad;
  • een schroefkop die is voorzien van een inbus;
  • een individuele verpakking, in een doosje samen met een gebruiksaanwijzing;
  • een steriele of niet-steriele staat.

De douane had aan Stryker EMEA Supply Chain Services BV (hierna: Stryker) drie bindende tariefinlichtingen afgegeven waarin de producten werden ingedeeld in postonderverdeling 9021 90 90 van de GN. Na de bekendmaking van de indelingsverordening nr. 1212/2014 van de Commissie van 11 november 2014 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (Pb 2014, L 329, blz. 3) heeft de douane die tariefinlichtingen ingetrokken. Deze intrekking was gerechtvaardigd omdat volgens die verordening “een schroef die bestemd is voor chirurgie, gezien zijn objectieve eigenschappen en kenmerken moet worden ingedeeld als een deel voor algemeen gebruik (tariefpost 8108)”.

Na een vergeefs bezwaar tegen de intrekking heeft Stryker beroep ingesteld bij Rechtbank Noord-Holland. De inspecteur betoogde dat de schroeven grote overeenkomsten vertonen met de in de verordening omschreven schroef en daarom moeten worden aangemerkt als “delen voor algemeen gebruik”. Rechtbank Noord-Holland was echter van oordeel dat de schroeven moesten worden ingedeeld onder post 9021 10 (“orthopedische artikelen en toestellen, alsmede artikelen en toestellen voor de behandeling van breuken in het beendergestel”) en verwees hiervoor naar de objectieve kenmerken en eigenschappen. Als motivering voerde de rechtbank onder meer aan dat de schroeven werden ontworpen, geproduceerd en verkocht als orthopedisch artikel voor de behandeling van breuken in het beendergestel of de bevestiging van protheses, dat zij werden geleverd met een voor de chirurg opgestelde gebruiksaanwijzing, en dat zij enkel in het lichaam konden worden ingebracht met behulp van specifieke medische instrumenten. De rechtbank overwoog verder dat het ook zo is dat de schroeven overeenkomen met de schroef zoals die is omschreven in de bijlage bij de zojuist genoemde indelingsverordening, die indeling onder post 9021 van de GN uitsluit. De rechtbank besloot daarom het Hof van Justitie te verzoeken om een prejudiciële beslissing (Douane Update 2016-0254).

Het Hof van Justitie is niet ingegaan op de vraag van de rechtbank of de indelingsverordening wel geldig is. Het Hof gaf allereerst zelf een oordeel over de indeling van de schroeven.

Het Hof van Justitie constateerde dat de schroeven beschikken over een kop met een specifieke vorm die speciaal is aangepast aan medische bevestigingsinstrumenten en over een schroefdraad die speciaal is ontworpen om in het bot te worden geschroefd en het ontstekingsrisico te verminderen. Verder hebben zij een speciale behandeling ondergaan om het risico van afstoting te minimaliseren. Bovendien zijn de schroeven speciaal ontwikkeld om te worden ingebracht in het organisme, voor het fixeren van een kunstgewricht dan wel botten of delen van botten.

Deze producten komen niet als zodanig voor in de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken van de GN. De tekst van tariefpost 9021 maakt wel uitdrukkelijk melding van artikelen en toestellen voor de behandeling van breuken in het beendergestel. Gelet op de GS- en op de GN-toelichting onderscheiden dergelijke producten zich van gewone producten door hun zorgvuldige vervaardiging, hun grote precisie en hun specifieke functie. Dat betekent, aldus het Hof van Justitie, dat daarom geen beslissend belang mag worden toegekend aan de uiterlijke verschijningsvorm van medische implantaatschroeven.

Uit de objectieve kenmerken en eigenschappen van de onderhavige medische implantaat-schroeven moet daarom worden afgeleid dat deze niet kunnen worden ingedeeld onder de tariefposten 7318 en 8108. Zij vallen niet onder de “delen voor algemeen gebruik”, in de zin van aantekening 1, onder f), op hoofdstuk 90 en aantekening 2, onder a), op afdeling XV van de GN, maar moeten worden ingedeeld onder tariefpost 9021.

Dan de indelingsverordening, die wél indeling onder post 9021 van de GN voorschrijft. Volgens het Hof van Justitie is het product waarop de indelingsverordening betrekking heeft, niet identiek aan de onderhavige medische implantaatschroeven, gelet op de objectieve uiterlijke kenmerken daarvan. De in de bijlage bij die verordening omschreven schroef heeft namelijk, onder meer, een lengte van ongeveer 12 mm, een steel met een vaste buitendiameter van 3 mm en een kop die voorzien is van een asymmetrische schroefdraad, terwijl de aan de orde zijnde schroeven veel langer zijn, stelen met een grotere diameter hebben en koppen hebben die niet zijn voorzien van asymmetrische schroefdraad.

Het Hof heeft vervolgens herinnerd aan de rechtspraak met betrekking tot de analoge toepassing van een indelingsverordening op soortgelijke producten als die waarop de verordening betrekking heeft: deze analoge toepassing bevordert een coherente uitlegging van de GN en de gelijke behandeling van de ondernemers (Hof van Justitie 4 maart 2004, Krings, C-130/02, Douane Update 2004-0302).

Maar…: een dergelijke analoge toepassing naar analogie is niet nodig en zelfs niet mogelijk, wanneer het Hof van Justitie met zijn antwoord op een prejudiciële vraag de verwijzende rechter alle benodigde gegevens heeft verstrekt voor de indeling van een product onder de juiste GN-post. Anders gezegd: dan wordt aan een indeling volgens een indelingsverordening niet toegekomen. Daarom hoeft de vraag over de geldigheid van de indelingsverordening niet te worden beantwoord.

Ons commentaar

Een interessant arrest, dat importeurs zullen gaan gebruiken wanneer hun een indelings-verordening wordt tegengeworpen voor producten die niet identiek, maar soortgelijk zijn aan goederen die in de verordening worden bedoeld: zelfstandige beoordeling van de indeling is dan geboden.

Het antwoord op de materiële vraag dat de genoemde medische implantaatschroeven onder tariefpost 9021 vallen, wekt geen verbazing. Simpel gesteld: de betreffende implantaatschroeven niet nu eenmaal niet in de bouwmarkt te verkrijgen. Bovendien zijn ze veel duurder dan “delen voor algemeen gebruik”, juist vanwege de zorgvuldige vervaardiging en hun grote precisie.

Het oordeel van het Hof van Justitie over de indelingsverordening is opvallend, en lijkt niet helemaal consistent met eerdere jurisprudentie. In de eerste plaats heeft de verwijzende rechter vastgesteld dat de schroeven overeenkomen met de producten die zijn omschreven in de indelingsverordening. Uit het arrest Krings (nr. C-130/02, Douane Update 2004-0302) volgt dan dat de goederen conform die verordening moeten worden ingedeeld, tenzij deze ongeldig zou zijn omdat deze in strijd is met de GN.

Het Hof van Justitie is deze weg echter niet ingeslagen. Het Hof heeft allereerst, los van de indelingsverordening, onderzocht onder welke tariefpost de schroeven moeten worden ingedeeld. Daarbij kwam het Hof tot indeling onder post 9021. Dat is begrijpelijk maar wel opvallend. Normaal gesproken zou namelijk eerst moeten zijn onderzocht hoe het zit met de verordening, en of de onderhavige goederen identiek of soortgelijk zijn aan in de verordening genoemde goederen. Daarná zou moeten worden onderzocht of de indeling die de verordening voorstaat in overeenstemming is met de GN.

Het Hof gaat hier – naar het voorkomt voor het eerst – een andere weg. Eerst wordt het in geding zijnde product ingedeeld en komt het Hof tot een andere indeling dan de verordening inhoudt. Dan wordt geoordeeld dat het product niet identiek is aan in de verordening bedoelde producten, maar hoogstens soortgelijk. Voor een dergelijk geval kan, aldus het Hof, worden voorbijgegaan aan het arrest Krings: de verordening hoeft niet te worden gevolgd, zonder dat deze ongeldig wordt verklaard.

De conclusie is dus: voor ‘soortgelijke producten’ moet een indelingsverordening worden gevolgd (arrest Krings), tenzij deze anders moeten worden ingedeeld (dit arrest). In het laatste geval kan aan de verordening worden voorbijgegaan zonder dat deze ongeldig behoeft te zijn.

Hoe zit het nu met de letterlijk in de verordening bedoelde producten? Heeft de Commissie toch niet de grenzen van haar beoordelingsbevoegdheid overschreden door het vaststellen van deze verordening, waarin onder meer is omschreven dat ‘het product voldoet aan de ISO/TC 150-normen voor implantaatschroeven en wordt aangeboden voor gebruik bij traumachirurgie om breuken te zetten’ en dat ‘het in het lichaam moet worden ingebracht met behulp van specifieke instrumenten’. Bij ons rijst nu de vraag welke lijn de douane moet volgen in het geval een importeur een bindende tariefinlichting aanvraagt voor implantaatschroeven die identiek zijn aan die welke in de indelingsverordening worden omschreven. Uiteraard verdient het aanbeveling dat de Commissie de verordening heroverweegt, gelet op de overwegingen van dit arrest.

Bron(nen):
Hof van Justitie, nr. C 51/16 (Stryker EMEA Supply Chain Services BV), 26-04-2017
Nummer: Douane Update 2017-0249

Uit: Douane Update nr. 10 van 12 mei 2017