FutD - archief

Nummer fida20094313
Bron Belastingdienst 2 oktober 2009 Publicatienummer geen
Titel Nadere afspraak over VPB-aangiften woningcorporaties
Samenvatting Ernst & Young, BDO CampsObers en PricewaterhouseCoopers hebben met de Belastingdienst een "nadere afspraak" gesloten over de aangiften Vpb van woningcorporaties over 2006, 2007 en 2008 die voortvloeien uit de vaststellingsovereenkomsten in de branche van woningcorporaties van respectievelijk 15 januari 2007 en 23 januari 2009. Daarin zijn afspraken gemaakt over de verantwoordelijkheid voor de aangiften over deze jaren. De drie advieskantoren nemen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van aangiften die onder de nadere afspraak vallen. Daartoe voeren zij werkzaamheden uit om de betrouwbaarheid van de aangifte te garanderen. De Belastingdienst kan voor zijn toezicht daarop steunen. Deze afspraak is bij de ondertekening in werking getreden en geldt voor de periode waarin de aangiften 2006 tot en met 2008 die onder deze afspraak vallen, worden ingediend.
Tekst

BELASTINGDIENST
Aedes
2 oktober 2009

Nadere afspraken t.a.v. aangiften VPB 2006-2008 die voortvloeien uit de vaststellingsovereenkomsten in de branche van woningcorporaties

Partijen

[Fiscale Intermediair] (hierna FI) gevestigd te [Vestigingsplaats], in deze

vertegenwoordigd door .................

en

de Belastingdienst,

in deze vertegenwoordigd door ..........................................,

maken onderstaande afspraak.

1. Inleiding

Deze afspraak wordt gemaakt in het kader van de Vaststellingsovereenkomst Belastingplicht Woningcorporaties dd. 15 januari 2007 (hierna: VSO1) en Vaststellingsovereenkomst 2 Belastingplicht Woningcorporaties dd. 23 januari 2009 (hierna: VSO2). Partijen geven op deze wijze invulling aan de intenties ten aanzien van het toezicht die verwoord zijn in VSO1 en VSO2. Met de afspraak wordt beoogd de jaren 2006 tot en met 2008 op deze punten af te sluiten. In deze afspraak wordt vastgelegd hoe partijen met elkaar wensen om te gaan. Partijen werken met elkaar samen op basis van vertrouwen, begrip en transparantie. Ze willen hun processen zo op elkaar afstemmen, dat de aangiften waarop deze afspraak ziet voor de Belastingdienst aanvaardbaar zijn. Door deze samenwerking beperkt de noodzaak van toezicht door de Belastingdienst op de aangiften waarin de afspraken uit VSO1 en VSO2 verwerkt zijn zich tot metatoezicht. Voor de betrokken ondernemingen wordt de rechtszekerheid vergroot. Partijen stemmen de werkwijze in het aangifteproces, het uit te oefenen toezicht en de wijze waarop overleg plaatsvindt met elkaar af.

Onder deze afspraak vallen de in te dienen of reeds ingediende aangiften vennootschapsbelasting 2006 tot en met 2008 van bij deze afspraak aangesloten:

1. toegelaten instellingen, zoals omschreven in artikel 70 Woningwet die de VSO1 en VSO2
hebben ondertekend;

2. vennootschappen zoals bedoeld in het derdenbeding zoals opgenomen in VSO1 en VSO2.
voorzover deze door de FI zijn verzorgd.

De aangesloten toegelaten instellingen en vennootschappen zoals hierboven onder 1 en 2 bedoeld worden hierna aangeduid met "onderneming".

Partijen willen komen tot een snelle, efficiënte en effectieve afhandeling van deze aangiften. Daartoe worden afspraken gemaakt over de kwaliteit van en het toezicht op de aangiften vennootschapsbelasting 2006 tot en met 2008.

2. Uitgangspunten

2.1 Rechten en verplichtingen op basis van wet- en regelgeving zijn en blijven zonder enige beperking op partijen en aangesloten ondernemingen van toepassing.

2.2 Partijen en aangesloten ondernemingen willen de fiscale regelgeving correct uitvoeren.

2.3 Een aanvaardbare aangifte is een aangifte die voldoet aan wet- en regelgeving en is vrij van materiële fouten.

2.4 De FI heeft een stelsel van kwaliteitsborging geïmplementeerd. Een periodieke review van de kwaliteit van de kantoorprocessen en -producten is onderdeel van dit stelsel. De Belastingdienst vertrouwt op de professionaliteit van de FI bij het implementeren en het hanteren van de werkwijze, zoals is aangegeven in paragraaf 3. De Belastingdienst toetst de werkwijze niet vooraf.

2.5 Indien de FI tevens een intermediairsconvenant heeft afgesloten met de Belastingdienst, dan prevaleert de onderhavige afspraak ten aanzien van de aangiften bedoeld in paragraaf 1. Indien dit in de praktijk tot knelpunten leidt, vindt overleg plaats.

3. Werkwijze

3.1 Aansluiting van ondernemingen

Ondernemingen die zich aansluiten bij deze afspraak verbinden zich hiertoe in een aansluitingsverklaring tussen de onderneming en de FI. In deze verklaring geeft de onderneming aan:

- dat zij de beginselen en uitgangspunten van de onderhavige afspraak onderschrijft;

- dat zij aanvaardbare aangiften wil indienen;

- dat zij daartoe haar medewerking verleent, onder andere door de gegevens voor het opmaken van de aangifte tijdig, juist en volledig aan te leveren aan de FI.

De FI meldt de ondernemingen die onder de werking van deze afspraak gaan vallen aan bij de Belastingdienst regio Amsterdam.

3.2. Werkzaamheden van de FI ten aanzien van de aangiften

De FI draagt er zorg voor, dat de aangiften kwalificeren als aanvaardbare aangiften. De werkzaamheden worden zodanig in het klantdossier vastgelegd, dat effectief metatoezicht kan plaatsvinden (zie paragraaf 4. Toezicht).

3.3 Vooroverleg

De FI legt ingenomen of in te nemen relevante (fiscale) standpunten zo spoedig mogelijk voor aan de Belastingdienst. Het gaat daarbij om zaken waarover verschil van inzicht met de Belastingdienst kan ontstaan, bijvoorbeeld door een verschil in duiding van de fiscale gevolgen van feiten en omstandigheden, door een mogelijke verschillende interpretatie van VSO1 of VSO2 of door een mogelijk verschillende wetsinterpretatie door FI en de Belastingdienst. De FI verstrekt daarbij aan de Belastingdienst actief inzicht in alle relevante feiten en omstandigheden en geeft haar visie op de rechtsgevolgen met betrekking tot die feiten en omstandigheden.

De Belastingdienst geeft zo spoedig mogelijk na ontvangst van een ingenomen of in te nemen standpunt en zo veel als mogelijk in overleg met de FI zijn visie op de rechtsgevolgen.

De Belastingdienst, regio Amsterdam, voert voor de uitvoering van deze afspraak de landelijke regie. Hij is het centrale aanspreekpunt voor FI. Voor vooroverleg geldt het volgende:

* De vragen die betrekking hebben op één of enkele corporaties en geen uitstralingseffect hebben worden door FI gesteld aan de competente regio.

* Vragen met een bredere toepassing of een uitstralingseffect worden gesteld aan de regio Amsterdam. Deze zorgt voor verdere interne en externe communicatie over de ingenomen standpunten. De regio Amsterdam is aanspreekpunt voor de evaluatie van de werking van deze afspraak.

4. Toezicht

Steekproefsgewijs zal de Belastingdienst een aantal aangiften van de FI die onder de werking van deze afspraak zijn ingediend beoordelen. De Belastingdienst richt deze werkzaamheden in volgens de uitgangspunten van de Controle Aanpak Belastingdienst (CAB). Hierbij is het doel om zo snel en efficiënt mogelijk vast te stellen dat de aangifte aanvaardbaar is. Daarbij steunt zij op de werkzaamheden die door FI en de onderneming zijn uitgevoerd.

Als de onderzochte aangifte niet aanvaardbaar is, wordt in overleg met de FI onderzocht waar en waardoor de fouten zijn ontstaan. Afhankelijk van de uitkomsten van deze analyse wordt bepaald welke aanpassingen in de aangiften en/of werkprocessen van de FI en/of de onderneming moeten

worden gedaan. De FI heeft de verantwoordelijkheid om de eigen werkprocessen waarin fouten zijn ontstaan te verbeteren.

De FI gaat, samen met de Belastingdienst, bij structurele fouten na bij welke ondernemingen een vergelijkbare fout voorkomt. Ook ten aanzien van deze aangiften wordt nagegaan welke aanpassingen moeten worden gedaan.

5. Looptijd

Deze afspraak treedt in werking door ondertekening door beide partijen en wordt gesloten voor de periode waarin de aangiften 2006 tot en met 2008 die onder deze afspraak vallen worden ingediend. Indien één der partijen deelname aan de afspraak wil beëindigen, zal zij de redenen vooraf schriftelijk kenbaar maken aan de andere partij. Daarnaast vindt beëindiging niet eerder plaats dan na mondeling overleg, indien één der partijen daar prijs op stelt. Daarna kan deze afspraak met onmiddellijke ingang worden beëindigd.

6. Ondertekening

Datum 20091002