| Nummer | Fida20083144 |
|---|---|
| Bron | Hoge Raad 8 augustus 2008 43879 |
| Titel | Aan "meergeneratiewoning" gestelde voorwaarden drukten WOZ-waarde |
| Samenvatting | De woning van X was in 1999 aangebouwd aan een boerderij uit 1726 en vormde met die boerderij een zogenoemde meergeneratiewoning. X ging in beroep tegen de van de gemeente Heumen ontvangen WOZ-beschikking en stelde dat de voorwaarden van de meergeneratiewoning een waardedrukkende invloed hadden. Hof Arnhem besliste dat uit de verleende bouwvergunning en de bijbehorende verklaring niets anders bleek dan dat de door X bedoelde beperkingen in het gebruik en de overdraagbaarheid van de woning alleen hem persoonlijk betroffen. De "voorwaarden meergeneratiewoning" vloeiden niet voort uit de gebruiksvoorschriften van het geldende bestemmingsplan. Volgens het Hof hadden die voorwaarden geen waardedrukkende invloed, zoals die wél zou kunnen worden toegekend aan planologische bestemmingsvoorschriften. X ging in cassatie. De Hoge Raad besliste dat de beslissing van het Hof zich niet verdroeg met de inhoud van het taxatierapport, waarin stond dat de voorwaarden van de meergeneratiewoning erop waren gericht dat de bewoning van de onroerende zaak niet in strijd kwam met het bestemmingsplan, dat slechts één dienstwoning op het agrarische bouwperceel toestond. Het persoonsgebonden karakter van die voorwaarden nam volgens de Hoge Raad niet weg dat zelfstandige bewoning van de onroerende zaak door een verkrijger in strijd zou komen met het bestemmingsplan. Iedere potentiële koper moest er rekening mee houden dat de gemeente dat plan jegens hem zou willen handhaven. Hierdoor was sprake van een waardedrukkende invloed van het bestemmingsplan. De Hoge Raad was het met X eens dat sprake was van voorschriften van planologische aard waarmede bij de waardebepaling rekening moest worden gehouden. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof en verwees de zaak naar Hof Den Bosch. |
| Tekst |
Hoge Raad der
Nederlanden
ARREST gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 5 maart 2007, nr. 06/00085, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken. 1. Het geding in feitelijke instanties Ten aanzien van
belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende
zaak a-straat 1 te Z (hierna: de onroerende zaak) voor het
tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006
vastgesteld.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3. Beoordeling van de klachten 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 3.1.1. Belanghebbende is zakelijk gerechtigde tot en gebruiker van de onroerende zaak. Het betreft een geschakelde woning met erf en tuin, die omstreeks 1999 is aangebouwd bij een andere woning (een boerderij) en daarmee een zogenoemde meergeneratiewoning vormt. De onroerende zaak en de boerderij vormen afzonderlijke objecten voor de toepassing van de Wet waardering onroerende zaken. 3.1.2. Voor de aanbouw is een bouwvergunning verleend waaromtrent in het in opdracht van de gemeente opgestelde taxatierapport is vermeld: "Onder bouwvergunning nummer 001 is vergunning verleend tot verbouw van een woning tot meergeneratiewoning. Daarvoor is er gecorrespondeerd over de realisatie van een tweede bedrijfswoning hetwelk gelet op de grootte van het bedrijf niet was toegestaan. Volgens het bestemmingsplan is er op het agrarische bouwperceel slechts één dienstwoning toegestaan. De gemeente heeft meegewerkt om hier via de bouwvergunningaanvraag van een meergeneratiewoning de mogelijkheid te bieden om toch een inwoning te creëren." 3.1.3. Blijkens de bouwvergunning en een bijbehorende verklaring heeft de gemeente aan de bewoning en verkoop van de onroerende zaak de volgende (beperkende) voorwaarden gesteld: - zodra één van de generaties het
pand verlaat moet dit weer voor bewoning door één generatie
worden gebruikt;
- er mag geen dubbele woning
worden gecreëerd;
3.2. In onderdeel 4.4 van zijn uitspraak heeft het Hof geoordeeld dat de onderwerpelijke bouwvergunning en bijbehorende verklaring geen andere gevolgtrekking toelaten dan dat de door belanghebbende bedoelde beperkingen in het gebruik en in de overdraagbaarheid alleen hem persoonlijk betreffen. Gesteld noch gebleken is dat de 'voorwaarden meergeneratiewoning' tevens zouden voortvloeien uit de gebruiksvoorschriften van het bedoelde bestemmingsplan, aldus het Hof. Het heeft hieruit afgeleid dat aan die voorwaarden geen waardedrukkende invloed toekomt, zoals die wél zou kunnen worden toegekend aan planologische bestemmingsvoorschriften. Belanghebbende komt in cassatie tegen deze oordelen op. 3.3. 's Hofs
oordeel dat niet zou zijn gesteld of gebleken dat de onder
3.1.3 vermelde voorwaarden tevens zouden voortvloeien uit de
gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan, verdraagt zich
niet met de inhoud van het onder 3.1.2 vermelde
taxatierapport, waarop de gemeente zich heeft beroepen. Zoals
volgt uit dat rapport zijn de onder 3.1.3 vermelde
voorwaarden erop gericht dat de bewoning van de onroerende
zaak niet in strijd komt met het vigerende bestemmingsplan,
dat slechts één dienstwoning op het agrarische bouwperceel
toestaat.
3.4. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. 4. Proceskosten Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof en van het geding voor de Rechtbank een vergoeding dient te worden toegekend. 5. Beslissing De Hoge
Raad:
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2008. Beroepschrift in cassatie (gedeeltelijk opgenomen) Edelachtbaren, Als gemachtigde (zie bijlage) van belanghebbende stel ik hierbij cassatie in tegen voornoemde uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem, van welke uitspraak u bijgaand een kopie ontvangt. Dit hoger beroep in cassatie wordt ingesteld met inachtneming van het volgende. 1
Belanghebbende verzoekt u hem in het gelijk te stellen en de Gemeente Heumen te veroordelen in de tot nu toe gemaakte proceskosten. |
| Datum | 20080808 |