FutD - archief

{$NOTEMPTY:SAMENVATTING} {$NOTEMPTY_END}
Nummer Fida20071345
Kenmerk Min. v. Fin. 13 april 2007 DGB200701868
Titel Handhavingsconvenanten blijven onder de pet
Samenvatting In het Beheersverslag van de Belastingdienst over 2006 stond dat de Belastingdienst in 2005 in het kader van horizontaal toezicht gestart was met een pilot met twintig grote bedrijven en dat eind 2006 met nagenoeg al deze bedrijven een individueel handhavingsconvenant was afgesloten. Dit was aanleiding voor Fiscaal up to Date om de staatssecretaris met een beroep op de WOB te benaderen met het verzoek om openbaarmaking van de documenten waarin handhavingsconvenanten tussen de Belastingdienst en grote ondernemingen zijn opgenomen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat met openbaarmaking de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 AWR wordt geschonden, en artikel 10, lid 2, onderdeel b, WOB aan openbaarmaking in de weg staat.
Tekst

MINISTERIE VAN FINANCIEN

Directoraat-Generaal Belastingdienst Team Juridische Zaken

Kenmerk: DGB2007-01868

Den Haag, 13 april 2007

Uw brief (kenmerk): 30 maart 2007 (ML/WOB2007-03/30)

Onderwerp
Handhavingsconvenanten

Fiscaal up to Date
t.a.v. mevrouw mr. M.T.J.M.C. Ligtenberg
Postbus 11620
2502 AP Den Haag

Geachte mevrouw Ligtenberg,

Naar aanleiding van uw verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) naar documenten waarin handhavingsconvenanten tussen de Belastingdienst en grote ondernemingen zijn opgenomen, deel ik u het volgende mee.

U vraagt om documenten waarin de handhavingsconvenanten zijn opgenomen. In feite vraagt u hiermee om de handhavingsconvenanten zelf. De fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen staat openbaarmaking hiervan in de weg. In het tweede lid van artikel 67 is weliswaar de mogelijkheid van ontheffing opgenomen van de geheimhoudingsplicht, maar van deze mogelijkheid wordt slechts in bijzondere gevallen die daartoe aanleiding geven, gebruik gemaakt. De mogelijkheid van ontheffing wordt bovendien getoetst aan de bepalingen van de Wob.

Overigens is aan de Eerste Kamer der Staten-Generaal een geanonimiseerde versie van een handhavingsconvenant toegezonden bij de brief van 9 juni 2006 (Eerste Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 30306 en 30307, H). Hierbij gaat een kopie van deze brief als bijlage mee.

Beoordeling
Openbaarmaking van de in het kader van de Wob gevraagde informatie blijft achterwege wanneer bijzondere bepalingen, zoals de hierboven genoemde fiscale geheimhoudingsplicht, daaraan in de weg staan en/of wanneer één of meer van de in de artikelen 10 en 11 van de Wob genoemde uitzonderingsgronden of beperkingen zwaarder moeten wegen dan het (algemene) belang van openbaarmaking. In dat kader heb ik uw verzoek beoordeeld.

Aan openbaarmaking van de door u gevraagde informatie staat artikel 10, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wob (de economische of financiële belangen van de Staat) in de weg. Belastingplichtigen moeten erop kunnen vertrouwen dat de door hen verstrekte informatie en de met de Belastingdienst gevoerde correspondentie over hun fiscale aangelegenheden vertrouwelijk wordt behandeld. Openbaarmaking en publicatie van dergelijke gegevens zou tot gevolg hebben dat belastingplichtigen in de toekomst minder medewerking verlenen en/of informatie achterhouden die voor de Belastingdienst juist van belang is. Dat heeft invloed op een efficiënte heffing en invordering van belastingen, ten gevolge waarvan de financiële belangen van de Staat (kunnen) worden geschaad. Dat financiële belang moet in dit geval zwaarder wegen dan het belang van openbaarmaking, mede gezien het feit dat aan de openbaarmaking reeds grotendeels is tegemoetgekomen door middel van de brief aan de Eerste Kamer.

Besluit
Gezien het bovenstaande wijs ik uw verzoek om openbaarmaking af.

Voor de goede orde wijs ik u erop dat u tegen dit besluit op grond van afdeling 6.2 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na dagtekening daarvan een bezwaarschrift kunt indienen bij de Staatssecretaris van Financiën, kamer B3-02, postbus 20201, 2500 EE Den Haag. Het bezwaarschrift moet door de indiener zijn ondertekend en bevat ten minste zijn naam en adres, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden waarop het bezwaar berust.

Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
namens deze,

Drs. Th.W.M. Poolen
lid van het managementteam Belastingdienst


Eerste Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2005-2006

 

30 306

Wijziging van enkele belastingwetten (Belastingplan 2006)

30 307

Wijziging van enkele belastingwetten (Wet VPB-pakket 2006)

H

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 juni 2006

Tijdens de Algemene Financiële beschouwingen op 13 december 2005 inzake het in 2006 te voeren beleid naar aanleiding van de Miljoenennota 2006, het Belastingplan 2006 en de Wet Vpb-pakket 2006 heeft u mij gevraagd een concept van een handhavingsconvenant te verstrekken. Ik heb daarop aangegeven dat ik transparant wil zijn waar dat kan, maar dat ik mij juridisch-ambtelijk wil laten adviseren in hoeverre openbaarmaking kan plaatsvinden. Hieruit is gebleken dat er geen overwegende bezwaren op het punt van de geheimhoudingsplicht zijn tegen het openbaar maken van een geanonimiseerde versie van een met een bedrijf gesloten handhavingsconvenant. Als bijlage stuur ik u daarom een geanonimiseerde versie van een handhavingsconvenant.

De openbaarmaking past in de lijn van de transparantie die ik ook met het sluiten van handhavingsconvenanten met bedrijven wil bereiken. Met een groot deel van de 20 bedrijven die deelnemen aan de pilot is al een handhavingsconvenant gesloten. Gezien de positieve ervaringen tot nu toe heb ik besloten om de pilot uit te breiden met nog eens 20 bedrijven. Zoals uit de geanonimiseerde versie blijkt gaat het om een afspraak over de wijze en intensiteit van het toezicht, waarbij tevens afspraken worden gemaakt over de wijze waarop het verleden kan worden afgewikkeld. Uitgangspunt is daarbij dat het bedrijf de fiscale risico's in het heden meldt en dat de Belastingdienst daarover zo spoedig mogelijk een standpunt inneemt. De fiscale behandeling vindt plaats binnen bestaande wet- en regelgeving, waardoor er geen sprake is van gunstiger of ongunstiger standpunten. Overigens wil ik benadrukken dat het primaire uitgangspunt is dat handhavingsconvenanten worden gesloten met bedrijven die hun «tax control framework» op orde hebben, mede ingegeven door IFRS-standaarden en de Amerikaanse Sarbanes-Oxley wet.

Een kopie van deze brief zal ik ook aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal zenden.

De Staatssecretaris van Financiën,
J G.Wijn


BIJLAGE

Bijlage bij brief aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Handhavingsconvenant

Preambule

Partijen streven er naar om op basis van transparantie, begrip en vertrouwen, te komen tot een effectieve en efficiënte werkwijze. Zij streven naar een blijvend inzicht in de actuele fiscale risico's en een snelle en actuele standpuntbepaling binnen de kaders van wet-, regelgeving en jurisprudentie, teneinde de rechtszekerheid te vergroten. In dit convenant worden de uitgangspunten en de wijze waarop wij met elkaar om wensen te gaan, vastgelegd, zowel voor de toekomst als voor de afwikkeling van het verleden.

1. Uitgangspunten

- Dit convenant heeft betrekking op de Nederlandse belastingheffing bij X (hierna: X) voor alle belastingmiddelen en op de invordering.
- Rechten en verplichtingen op basis van wet- en regelgeving zijn en blijven zonder enige beperking van toepassing;
- Partijen spreken de intentie uit hun onderlinge relatie te baseren op transparantie, begrip en vertrouwen.

2. Afspraken tussen de Belastingdienst en X

a) Ten aanzien van het verleden:
Voor de vennootschapsbelasting:
2002: over de afhandeling van de uit het afgesloten boekenonderzoek resterende discussiepunten is uiterlijk 1 maart 2006 overeenstemming bereikt. 2003 en 2004:
1)
vóór 1 februari 2006 heeft de Belastingdienst haar discussiepunten benoemd;
2) vóór 1 februari 2006 heeft X inzage verstrekt in de berekening van de in de commerciële jaarrekeningen opgenomen voorziening voor latente belastingverplichtingen, voor zover het betreft het Nederlandse rechtsgebied;
3) uiterlijk 30 juni 2006 worden de aanslagen opgelegd waarbij over de follow-up van eventuele discussiepunten concrete afspraken zijn gemaakt.
2005: X zal in een zo vroeg mogelijk stadium de Belastingdienst betrekken bij de beoordeling van de fiscale risico's die voortvloeien uit de commerciële jaarrekeningen.

Voor de overige middelen:
Vóór 1 maart 2006 geven de Belastingdienst en X over en weer aan welke risico's er spelen t/m het jaar 2005.

b) Ten aanzien van de toekomst:
X
- legt actief actuele ingenomen of in te nemen fiscale standpunten van enige omvang, waarbij mogelijk sprake is van fiscale risico's, voor aan de Belastingdienst;
- verstrekt daarbij zonder terughoudendheid en zonder voorbehoud inzicht in de feiten en omstandigheden aan de Belastingdienst;
- verstrekt daarbij aan de Belastingdienst haar visie op de rechtsgevolgen behorend bij de feiten en omstandigheden en de ingenomen standpunten;
- bevordert dat desgewenst door medewerkers van de Belastingdienst ook kan worden gesproken met door de Belastingdienst aangewezen medewerkers van X. Hierbij ontmoet het uiteraard geen bezwaar dat de adviseur en/of fiscale medewerker van X bij het gesprek aanwezig zijn; verstrekt gevraagde informatie zo snel en zo volledig mogelijk;
- dient een aangifte over een verstreken tijdvak zo spoedig mogelijk na het verstrijken van dat tijdvak in

De Belastingdienst:

- geeft zo spoedig mogelijk na ontvangst van een ingenomen of in te nemen standpunt en zo veel als mogelijk in overleg met X haar visie op de rechtsgevolgen;
- zal bij het geven van haar visie op de rechtsgevolgen rekening houden met reële commerciële deadlines; indien deze daartoe nopen kan en zal het proces verder worden versneld;
- zal de aanslag vennootschapsbelasting zo spoedig mogelijk na de indiening van de aangifte en zo veel als mogelijk in overleg met X vaststellen;
- zal de fiscale risico's die zich in haar ogen voordoen (periodiek) bespreken met X
- zal bij haar bekende informatie verstrekken die betrekking heeft op de door X voorgelegde risico's, voorzover dit mogelijk is binnen de geheimhoudingsverplichting;
- zal en kan te allen tijde toelichten en uitleggen waarom bepaalde informatie wordt gevraagd aan X, waarbij de termijn voor beantwoording in overleg wordt vastgesteld 
- zal steeds bij de aanvang van een boekenonderzoek gemotiveerd aangeven op welke fiscale risico's het onderzoek zich richt, tenzij de geheimhoudingsverplichting dat verhindert

3. Looptijd, periodieke evaluatie en beëindiging

Dit convenant zal jaarlijks worden geëvalueerd door (de raad van bestuur van) X en de Belastingdienst.

Indien tussentijds bij een van de partijen bezwaren ontstaan zullen partijen in overleg treden om het convenant indien mogelijk aan te passen alvorens over te gaan tot beëindiging.

Beide partijen kunnen dit convenant met onmiddellijke ingang beëindigen.
Zij zullen dat echter niet doen voordat de intentie daartoe schriftelijk is kenbaar gemaakt. Daarbij wordt het voornemen met redenen omkleed. Daarnaast zal beëindiging niet eerder plaatsvinden dan na mondeling overleg, indien door tenminste één der partijen is kenbaar gemaakt dat daarop prijs wordt gesteld.

4. Inwerkingtreding

Dit convenant treedt in werking door ondertekening door beide partijen.

Namens de raad van bestuur van X

Belastingdienst/

Lid Managementteam


Ministerie van Financiën
Centrale Directie Voorlichting
Postbus 20201
2500 EE DEN HAAG

Den Haag, 30 maart 2007

Ref.: ML/WOB2007-03/30

Betreft: Handhavingsconvenanten

Geachte heer/mevrouw,

In het Beheersverslag van de Belastingdienst over 2006 staat dat de Belastingdienst in 2005 in het kader van horizontaal toezicht gestart is met een pilot met twintig grote bedrijven. Eind 2006 is volgens het Beheersverslag 2006 met nagenoeg al deze bedrijven een individueel handhavingsconvenant afgesloten.

Ik verzoek u mij in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur de documenten ter beschikking te stellen waarin deze handhavingsconvenanten zijn opgenomen.

In afwachting van uw spoedige reactie,

Hoogachtend,

Mw. Mr. M.T.J.M.C. Ligtenberg
Hoofdredacteur Fiscaal up to Date

Datum 20070413