FutD - archief

Nummer Fida20040997
Kenmerk Diversen 25 juni 2003 200300663
Titel CRB-register voor KB Lux-identificatie gekocht of gekregen?
Samenvatting Om de identiteit van vermoedelijke KB Lux-rekeninghouders te achterhalen, heeft de Belastingdienst onder meer het Centrale Rijbewijzen- en Bromfietsencertificatenregister (CRB-bestand) dat afkomstig is van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) geraadpleegd. In de processen-verbaal die zijn opgemaakt met betrekking tot vermoedelijke KB Lux-rekeninghouders, staat dat het CRB-bestand door het Ministerie van Financiën was aangekocht van de RDW. Vervolgens antwoordde het ministerie op vragen van Fiscaal up to Date dat het CRB-bestand niet was aangekocht, maar was opgevraagd op grond van artikel 55 en 56 AWR. Thans beschikken wij dankzij Siekman en Stassen Advocaten en Belastingadviseurs te Hoofddorp over nieuwe bewijzen waaruit kan worden afgeleid dat het CRB-bestand wel degelijk door de Belastingdienst is aangekocht van de RDW. Voor de levering van de gegevens met betrekking tot alle natuurlijke personen in het CRB-bestand heeft de RDW een offerte uitgebracht van f 7.800. Deze offerte is door de FIOD te Haarlem geaccepteerd. Inmiddels heeft een (ander) advocatenkantoor de door de Belastingdienst gebruikte onderzoeksmethoden in de KB Lux-affaire voorgelegd aan het College bescherming persoonsgegevens (CBP). Het CBP heeft geantwoord dat het vergelijken van verschillende bij de Belastingdienst beschikbare bestanden in beginsel is toegestaan. Wel heeft het CBP aangegeven dat de informatiegaringsbevoegdheden van de fiscus dienen te worden afgegrensd, en dat aanvullende waarborgen dienen te worden geboden tegen ongerechtvaardigde inbreuken op de persoonlijke levenssfeer. Het CBP merkte daarbij nog wel op dat de Belastingdienst het CBP heeft laten weten dat van het aankopen van een bestand van de RDW geen sprake is geweest. Het betrof volgens de Belastingdienst een reguliere gegevensstroom.
Tekst
CPB

's-Gravenhage, 25 juni 2003
Ons kenmerk: z2003-00663
Onderwerp: Rekeningenproject Belastingdienst


Aan: Advocatenkantoor


U zet vraagtekens bij de middelen die de Belastingdienst
hanteert in een lopend onderzoek en heeft het College
bescherming persoonsgegevens (CBP) gevraagd om zijn visie
hierop.

Het betreft, kort samengevat, de volgende twee aspecten van
het onderzoek:
1. Er wordt bewijsmateriaal gebruikt dat vermoedelijk van
diefstal afkomstig is, terwijl bij de inbeslagname daarvan
door de Belgische autoriteiten en de daaropvolgende spontane
verstrekking van kopieën ervan aan de Belastingdienst de
nodige vraagtekens kunnen worden geplaatst.
2. De verkregen gegevens zijn vergeleken met diverse bestanden
waarover de Belastingdienst beschikt, waaronder een bestand
van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) dat daartoe
speciaal zou zijn aangekocht.

Hieronder geeft het CBP u beknopt zijn visie op beide punten.
De nadruk ligt daarbij op het laatstgenoemde punt, aangezien u
aangeeft dat uw verzoek met name dat punt betreft.

Het gebruik van door anderen mogelijk op onrechtmatige wijze
verkregen bewijsmateriaal is niet zonder meer ontoelaatbaar.
Voor het beoordelen van de toelaatbaarheid zijn onder meer van
belang de aard van de eventuele onrechtmatigheden en de plek
in de keten waar zij zich zouden hebben voorgedaan. In casu
kan het verdedigbaar zijn dat de Belastingdienst zich beroept
op de verstrekking door de Belgische autoriteiten en geen
gevolgen verbindt aan onrechtmatigheden waarvan in het
voortraject van die verstrekking wellicht sprake is geweest.
Het CBP ziet geen aanleiding om zich terzake nader uit te
laten.

Het vergelijken van verschillende bij de Belastingdienst
beschikbare bestanden is in beginsel toegestaan. De
Belastingdienst vergaart deze informatie met als doel het
heffen en invorderen van rijksbelastingen. Het
FIOD/ECD-onderzoek valt binnen deze doelstelling. Overigens
heeft de Belastingdienst het CBP laten weten dat van het
aankopen van een bestand van de RDW geen sprake is geweest.
Het betreft hier een reguliere gegevensstroom.

Ten aanzien van het laatste punt zij nog opgemerkt dat de
Registratiekamer (de rechtsvoorganger van het CBP) in haar
rapport Informatiegaring door de fiscus: Privacybescherming
bij derdenonderzoeken heeft aangegeven dat de
garingsbevoegdheden van de fiscus dienen te worden afgegrensd,
en dat aanvullende waarborgen dienen te worden geboden tegen
ongerechtvaardigde inbreuken op de persoonlijke levenssfeer.
Onderdeel van die waarborgen dient te zijn dat de reikwijdte
van de bevoegdheden wordt verduidelijkt en dat ook meer
voorzieningen worden getroffen om een afgewogen gebruik van de
bevoegdheden onder uiteenlopende omstandigheden te bevorderen.

Het CBP vertrouwt erop u hiermee voldoende geïnformeerd te
hebben.

Hoogachtend,
mr. P.J.  Hustinx
voorzitter
Datum 20030625