| Tekst |
Gerechtshof te 's-Gravenhage
vijfde enkelvoudige belastingkamer
16 augustus 2000
nummer BK-97/03153
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak op het beroepschrift X te Z tegen
de uitspraak van het College van Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Noordwijk (hierna: B. en W.), op het
bezwaarschrift van belanghebbende betreffende de
waardebeschikking ingevolge de Wet waardering onroerende zaken
betreffende de woning a-straat 1 te Z.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter
zitting van het Gerechtshof van 2 augustus 2000, gehouden te
's-Gravenhage. Aldaar is verschenen belanghebbende, alsmede A
namens B. en W., tot zijn bijstand vergezeld door B en C.
De beslissing van het Hof in deze zaak luidt als volgt:
Het Hof:
- vernietigt de uitspraak waarvan beroep; wijzigt de
beschikking in die zin dat de waarde van de onroerende zaak
a-straat 1 te Z wordt vastgesteld op fl 242.000;
- veroordeelt B. en W. in de kosten van het geding, aan de
zijde van belanghebbende gevallen en vastgesteld op fl 20,
onder aanwijzing van de gemeente Noordwijk als de
rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden; en
- gelast B. en W. aan belanghebbende het voor deze zaak
gestorte griffierecht van fl 80 te vergoeden.
Deze beslissing berust op de volgende gronden:
1. B. en W. heeft de waarde van de woning vastgesteld op fl
267.000 en deze waarde na bezwaar gehandhaafd. B. en W. heeft
die waarde onderbouwd met een tot de gedingstukken behorend
taxatierapport. Dit rapport bevat een viertal in dezelfde
straat gelegen vergelijkingsobjecten.
2. B.en W. heeft, bij betwisting door belanghebbende,
voldoende aannemelijk gemaakt dat met de (zeer) slechte staat
van onderhoud bij de waardevaststelling in voldoende mate
rekening is gehouden.
3. Belanghebbendes stelling dat B. en W. ten onrechte geen
waardedrukkende invloed heeft toegekend aan het ontbreken van
een achterom en de overlast veroorzaakt door een wc-raampje
van de buren, is gegrond. B. en W. heeft geen goede gronden
aangevoerd waarom aan het ontbreken van een achterom geen
waardedrukkende invloed. De stelling dat van het ontbreken van
een achterom geen waardedrukkende invloed uitgaat is ook in
haar algemeenheid onjuist. Voorts heeft belanghebbende
aannemelijk gemaakt dat het wc-raampje overlast veroorzaakt.
Vaststaat dat het raampje duidelijk zichtbaar aanwezig is.
Zulks mag een taxateur bij een waarneming niet over het hoofd
zien, ook al zou door belanghebbende geen melding van een
erfdienstbaarheid ter zake zijn gemaakt. Ook hier maakt
belanghebbende aannemelijk dat van de daarmee samenhangende
overlast een waardedrukkende invloed uitgaat.
4. Nu de onder 3 genoemde omstandigheden ten onrechte niet in
aanmerking zijn genomen heeft B. en W. de vastgestelde waarde
onvoldoende onderbouwd en daarmee niet aannemelijk gemaakt. De
algemene opmerking dat de huizen in Noordwijk nu eenmaal erg
duur zijn kan niet leiden tot een andersluidend oordeel.
5. Belanghebbende heeft haar standpunt dat de waarde van de
woning tussen de fl 155.000 en fl 175.000 bedraagt evenmin
waargemaakt. De staat van de woning, de oppervlakte en de
gebruiksmogelijkheden van de tuin en de omstandigheden als
bedoeld onder 3 rechtvaardigen die door haar voorgestane
waarde niet.
6. Nu geen der partijen de door hen voorgestane waarde
aannemelijk heeft gemaakt stelt het Hof de waarde in goede
justitie vast op fl 242.000.
7. Nu het beroep van belanghebbende gegrond is dient B. en W.
de proceskosten van belanghebbende te vergoeden. Deze stelt
het Hof vast op fl 20 aan reiskosten. van overige kosten is
niet gebleken. Ook dient B. en W. het griffierecht te
vergoeden.
Aldus in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2000 door
mr. Pieters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier
Antonis. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door
laatstgenoemden is ondertekend.
(Antonis) (Pieters)
|