| Tekst |
Gerechtshof te Arnhem
achtste enkelvoudige belastingkamer
31 mei 2000
nr. 98/00990
PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK
belanghebbende : X
te : Z
ambtenaar : het hoofd van de afdeling Financiële
Dienstverlening van de gemeente P
(hierna: de Ambtenaar)
aangevallen beslissing: uitspraak op bezwaar van 29 januari
1998
datum WOZ-beschikking : 26 februari 1997
peildatum : 1 januari 1994
mondelinge behandeling: op 18 mei 2000 te Arnhem door mr.
J.P.M. Kooijmans, raadsheer, in
tegenwoordigheid van mr. A.W.M. van
der Waerden als griffier
waarbij verschenen : belanghebbende, alsmede de Ambtenaar
gronden:
1. Ingevolge artikel 17, lid 2, van de Wet WOZ moet de waarde
van de onderhavige tot woning dienende onroerende zaak,
gelegen aan de a-straat 1 te Z, worden bepaald op de waarde
die aan deze onroerende zaak dient te worden toegekend indien
de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden
overgedragen, en de verkrijger de zaak in de staat waarin die
zich bevindt onmiddellijk en in volle eigendom in gebruik zou
kunnen nemen. Daarbij geldt als waardepeildatum 1 januari
1994.
2. De Ambtenaar heeft zich zowel bij het geven van de
onderhavige beschikking als bij de thans bestreden uitspraak
op het standpunt gesteld dat de onder 1. bedoelde waarde van
belanghebbendes onroerende zaak op de waardepeildatum f
450.000,- bedraagt.
3. De Ambtenaar verdedigt ook in beroep een waarde van
belanghebbendes onroerende zaak van f 450.000,-. Ter
ondersteuning daarvan heeft hij bij zijn vertoogschrift een
taxatierapport overgelegd, opgemaakt op 5 juni 1998 door A,
gediplomeerd WOZ-taxateur in dienst van B BV te Q. Ter
onderbouwing van het taxatierapport zijn daarin de
verkoopopbrengsten van drie vergelijkingsobjecten opgenomen.
In het rapport wordt geconcludeerd tot een waarde van de
onderhavige onroerende zaak van f 450.000,-.
4. Belanghebbende heeft zonder bezwaar van de Ambtenaar ter
zitting een taxatierapport overgelegd van 16 mei 2000 van C,
makelaar en taxateur te Z. Uit dit rapport blijkt dat bij
belanghebbendes pand sprake is van een constructiefout in het
dak, waarvan een waardeverminderende invloed uitgaat van
f 35.000,-. Belanghebbende wijzigt zijn aanvankelijke
standpunt naar aanleiding van dit rapport nader in dier voege
dat hij een waarde verdedigt van f 415.000,-.
5. Bij het geven van de beschikking heeft de Ambtenaar, zonder
van de in 4. genoemde constructiefout op de hoogte te zijn, de
waarde van belanghebbendes onroerende zaak vastgesteld op
f 450.000,-. In de uitspraak op het bezwaarschrift heeft de
Ambtenaar zich op het standpunt gesteld dat de constructiefout
geen invloed heeft op de waarde in het economische verkeer van
het pand.
6. In het door de Ambtenaar overgelegde taxatierapport is geen
rekening gehouden met de eventuele fout in de dakconstructie
van belanghebbendes woning aangezien de taxateur de
constructiefout onvoldoende aantoonbaar vond.
7. Belanghebbende maakt met hetgeen hij aanvoert aannemelijk,
dat op de peildatum sprake was van een zodanige fout in de
dakconstructie dat daarvan een waardeverminderende invloed
uitgaat, en dat die waardevermindering kan worden gesteld op
f 35.000,-. Nu niet in geschil is dat de waarde van het pand,
zonder rekening te houden met de constructiefout f 450.000,-
bedraagt, is het gelijk aan de zijde van belanghebbende en
moet de waarde van de onderhavige onroerende zaak per
peildatum 1 januari 1994 worden vastgesteld op f 415.000,-.
slotsom:
Het beroep van belanghebbende is gegrond.
proceskosten:
Het Hof berekent belanghebbendes proceskosten in
overeenstemming met artikel 5a van de Wet administratieve
rechtspraak belastingzaken en het Besluit proceskosten fiscale
procedures op f 50,- aan reis- en verblijfkosten, en f 350,-
ter zake van het deskundigenrapport, in totaal derhalve
f 400,-.
beslissing:
Het Gerechtshof
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- vermindert de vastgestelde waarde tot f 415.000,-;
- veroordeelt de ambtenaar voor een bedrag van f 400,- in de
proceskosten van belanghebbende, te vergoeden door de gemeente
Oldebroek;
- gelast de ambtenaar aan belanghebbende het door deze
gestorte griffierecht van f 80,- te vergoeden.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2000
door mr. J.P.M. Kooijmans, raadsheer, lid van de achtste
enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr.
A.W.M. van der Waerden als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(A.W.M. van der Waerden) (J.P.M. Kooijmans)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 8 juni 2000
|