Hoge Raad gaat 80a en 81 RO-arresten niet onderbouwen

Datum: 11 August 2017

In een zeer uitgebreide conclusie onderzocht A-G Niessen niet alleen de gegrondheid van een voor de tweede maal ingediend herzieningsverzoek, maar gaf hij ook een uitgebreide rapportage over de achtergrond, totstandkoming en de fiscaalrechtelijke toepassing van artikel 80a Wet RO. Hij gaf bovendien een oplossing voor in de literatuur en praktijk gesignaleerde onduidelijkheden ten aanzien van de toepassing van artikel 80a Wet RO. De Hoge Raad is bij de beoordeling van het tweede herzieningsverzoek uitgebreid ingegaan op die conclusie en heeft beslist dat hij deze suggestie niet volgt. Artikel 80a Wet RO was ingevoerd om de Hoge Raad in staat te stellen zich te concentreren op zijn kerntaken aangezien een adequate uitvoering van die taken onder druk stond, onder meer door een toenemend aantal kansloze of voor cassatie ongeschikte cassatiezaken. Met het oog hierop had de wetgever een nieuwe afdoeningsmodaliteit geïntroduceerd waarbij cassatieberoepen die zich daartoe lenen vereenvoudigd en versneld kunnen worden afgedaan. Het toevoegen van nadere standaardoverwegingen, zoals door de A-G bepleit, vermindert het effect dat met artikel 80a, lid 4, Wet RO was beoogd en zal volgens de Hoge Raad ook geen bijdrage leveren aan de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad voegde daar nog aan toe dat hij om vergelijkbare redenen ook geen standaardoverwegingen toevoegt aan de algemene formulering waarmee daarvoor in aanmerking komende zaken op de voet van artikel 81 Wet RO worden afgedaan.

Twitter
Facebook
LinkedIn