Doorbelaste crisisheffing drukte niet: naheffing LB en ook 5% boete in tact

Datum: 9 August 2017

Het concern waartoe houdstermaatschappij BV X behoorde had een totale loonsom van ongeveer € 40 mln. In 2013 was aan werknemer D een bedrag verloond van € 710.877, waarvan € 149.247 regulier loon en € 561.630 winstrecht. Het reguliere loon was verloond door BV E, een met BV X verbonden vennootschap. Het winstrecht was verloond door BV X. De inspecteur legde in verband met de crisisheffing aan BV X een naheffingsaanslag loonheffingen op van € 89.740 met een verzuimboete van 5%. BV X ging in beroep. Rechtbank Gelderland verwees naar arresten van de Hoge Raad van 29 januari 2016 en 17 maart 2017 en besliste dat geen sprake was van schending van artikel 1 EP bij het EVRM en ook geen sprake was van een individuele en buitensporige last. De hoogte van de crisisheffing in verhouding tot de totale loonsom van BV X kwam neer op 12,5% wat een substantieel percentage was, maar BV X had niet onderbouwd waarom deze last zich in haar geval sterker liet voelen dan in het algemeen. Daar kwam nog bij dat BV X de verschuldigde crisisheffing had doorbelast aan BV E waar het reguliere loon van D werd verloond, zodat in zoverre geen sprake was van een op BV X drukkende last. De Rechtbank handhaafde ook de verzuimboete, ook al had BV X haar aangiften loonheffingen laten verzorgen door een administratiekantoor. BV X had de verplichting tot verlonen van het winstrecht van D overgenomen van een verbonden vennootschap, zodat er reden te meer was om na te gaan wat die overgenomen verplichting precies inhield en wat de fiscale gevolgen daarvan zouden zijn. Bovendien was de crisisheffing een bijzonder regeling, die bijzondere aandacht van BV X had moeten hebben. Onder deze omstandigheden had in de samenwerking met het administratiekantoor meer van BV X mogen worden verwacht en leidde dit niet tot afwezigheid van alle schuld bij BV X. De Rechtbank verminderde de verzuimboete nog wel met 5% in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X ongegrond.

Twitter
Facebook
LinkedIn