Afkoopsom van niet aan VS doorbelaste ontslagfee in NL belast

Datum: 19 May 2017

A werkte vanaf 2005 voor het C-concern in de VS. In 2011 werd hij ontslagen en overgeplaatst naar BV H in Nederland, waar hij nog van 1 december 2011 tot 6 januari 2012 in dienstbetrekking was. A bracht zijn ontslagvergoeding van € 805.420 in 2012 onder in stamrecht-BV X en maakte gebruik van de stamrechtvrijstelling. In oktober 2014 kocht A het stamrecht af en keerde BV X het stamrechtkapitaal in één keer uit. De inspecteur verleende na bezwaar geen teruggaaf van de € 338.840 afgedragen LB. BV X ging in beroep en stelde dat op grond van artikel 16, lid 1, belastingverdrag Nederland-VS in Nederland geen belasting over de afkoopsom was verschuldigd zodat ten onrechte LB was ingehouden en afgedragen. De Hoge Raad besliste dat de ontslagvergoeding was toegekend in de vorm van een stamrecht dat mede verband hield met vroeger in de andere verdragsstaat verrichte diensten. In dat geval moest de vraag of Nederland bevoegd was om te heffen over de inkomsten uit (de afkoopsom van) dat stamrecht worden beoordeeld aan de hand van het belastingverdrag. Van belang was dat de afkoopsom van het stamrecht zijn oorsprong vond in een ontslagvergoeding die binnen het bereik viel van het verdrag. Als de ontslagvergoeding niet ten laste was gekomen van een werkgever die inwoner was van de VS of van een v.i. of vast middelpunt van die werkgever in de VS, was de band van die vergoeding met het arbeidsverleden in de VS volgens de Hoge Raad onvoldoende om te kunnen beslissen dat de ontslagvergoeding een beloning was voor de uitoefening van de dienstbetrekking in de VS. Uit de gedingstukken bleek dat de door de werkgever in Nederland toegekende ontslagvergoeding niet was doorbelast aan de (ex-)werkgever in de VS, zodat de belastingheffing over de afkoopsom was toegewezen aan Nederland.

Twitter
Facebook
LinkedIn