Deelnemingsvrijstelling voor deel van winst op cum/ex transactie marketmaker

Datum: 18 May 2017

BV X was een market maker op diverse binnenlandse en buitenlandse optiebeurzen. Op 3 november 2006 kondigde het Duitse E AG een superdividend aan. BV X wilde rond de uitkering van het superdividend een zogenoemde "short cum/ex transactie" aangaan. Zij breidde met het oog daarop haar reguliere market making positie in E AG uit door het kopen van callopties. Deze dienden als hedge voor de later te verrichten cum/ex-transactie. Om het koersrisico af te dekken, verkocht BV X van derden ingeleende aandelen E AG, waarmee een aan de long callopties tegengestelde short positie in aandelen E AG werd ingenomen. Daarnaast nam BV X verschillende optiecombinaties in E AG, namelijk short callopties en long en short putopties. De cum/ex-transactie vond vervolgens plaats gedurende een periode van ongeveer vijf dagen: twee dagen voor de ex-dividenddatum (2 en 3 mei) en drie dagen daarna. Van 2 mei tot en met 17 mei 2007 hield BV X continu een long calloptiepositie die bij uitoefening recht zou geven op meer dan 5% van de uitstaande aandelen in E AG. In haar aangifte VPB 2007 stelde BV X zich op het standpunt dat de deelnemingsvrijstelling van toepassing was op de winst die zij had behaald met cum/ex transactie ten aanzien van E AG. Rechtbank Noord-Holland besliste dat de reikwijdte van de deelnemingsvrijstelling was beperkt tot het opsplitsen van het (economische) belang bij aandelen die bij de wederpartij van het optiecontract ten tijde van het schrijven van de optie tot een deelneming behoorden. Dit betekende volgens de Rechtbank dat als callopties werden geschreven op aandelen en deze aandelen bij de optieschrijver niet behoorden tot een deelneming (ongedekt geschreven callopties), de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing was op de opties, ook al gaven de opties aan de wederpartij bij uitoefening recht op meer dan 5% van het nominaal gestorte kapitaal in de betrokken vennootschap. Dit gold mutatis mutandis als putopties werden geschreven en de koper van deze opties (de wederpartij) op dat moment geen als deelneming aan te merken belang had bij de aandelen waarop de opties zagen (ongedekt geschreven putopties). BV X had wel aannemelijk gemaakt dat zij met de aankoop op 4 mei 2007 van aandelen E AG, 5% of meer van (de economische eigendom van) de aandelen in E AG had verkregen. De deelnemingsvrijstelling was volgens de Rechtbank daarom van toepassing op een gedeelte van het met de E AG-transactie behaalde resultaat. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X gegrond.

Twitter
Facebook
LinkedIn

1 week gratis Viditax!

Elke dag al het fiscale nieuws in uw mailbox?

Probeer nu 1 week gratis uit!

Met onze emailservice Viditax mist u niets meer op fiscaal gebied. De redactie van Fiscaal up to Date garandeert dat u al het fiscale nieuws van die dag om 17.15 uur ontvangt. Nieuws met betrekking tot rechtspraak, wetgeving en beleid wordt krachtig samengevat. Daarnaast worden de arresten van de Hoge Raad iedere vrijdag kort en bondig weergegeven.

Probeer uit!