Fiscaal Blog
27-01-2012
Verkoop horecapand betekende nog geen staking
X exploiteerde een hotel-café-restaurant in een pand dat zijn eigendom was en dat tot het ondernemingsvermogen was gerekend. Zijn omzet liep steeds meer terug, onder meer door financiële problemen van een grote afnemer. In de eerste helft van 2005 startte X daarom besprekingen over de mogelijke overname van een andere horeca-onderneming. In september verkocht hij het pand en de inventaris aan een derde. In 2006 beëindigde X de dienstbetrekkingen met het personeel. In 2007 kocht X een eetcafé, maar hij verkocht die zaak een jaar later omdat de exploitatie van de door hem voorziene horecazaak niet mogelijk bleek. Terzake van de met de verkoop van het pand behaalde boekwinst vormde X in 2005 een herinvesteringsreserve (HIR). De inspecteur stond de vorming van de HIR niet toe, omdat X zijn onderneming in 2005 had gestaakt. X ging in beroep. Hof Arnhem besliste dat X aannemelijk had gemaakt dat hij zijn onderneming niet had gestaakt, omdat X de bedoeling had in de omgeving een gelegenheid te vinden voor de exploitatie van een hotel-café-restaurant met voldoende kamers om een bus toeristen onder te brengen, waardoor de identiteit van de door hem gedreven onderneming behouden zou blijven. De Hoge Raad heeft het hiertegen gerichte beroep in cassatie van de staatssecretaris ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof was volgens de Hoge Raad juist en was ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd, mede omdat het Hof niet had beslist dat X zijn gehele onderneming had overgedragen.
Alle berichten uit Viditax dagelijks ontvangen?

Geef een reactie