Fiscaal Blog
21-09-2011
Navordering van niet-aangegeven omgezette saldolijfrente terecht
X was bestuurder van BV A waarvan de aandelen in handen waren van zijn drie kinderen. In 1998 was de vordering van X op BV A van € 317.646 omgezet in een saldolijfrente van € 22.048. Per 1 januari 2003 werd de saldolijfrente omgezet van een levenslange naar een tijdelijke lijfrente. In ruil daarvoor ontving X in 2003 van de BV € 218.430. In 2005 diende X een verbeterde aangifte IB in over 2003 zonder dat het van BV A ontvangen bedrag van € 218.430 als belastbaar inkomen uit werk en woning werd aangegeven. Tijdens een controle bij BV A werd de inspecteur bekend met de omzetting in 2003 van de saldolijfrente. Er volgde een navorderingsaanslag IB over 2003. X ging in beroep en stelde dat de inspecteur vanwege een ambtelijk verzuim niet kon navorderen. Rechtbank Breda was het daar niet mee eens. X had in zijn aangifte geen melding gemaakt van de wijziging van de saldolijfrente. De inspecteur hoefde niet naar aanleiding van de gegevens in box III een nader onderzoek te doen. Ook hoefde hij niet op de hoogte te zijn van mutaties in de aangifte Vpb van BV A omdat X geen aandeelhouder was van BV A en om die reden de aangiften van X en BV A niet in één gezamenlijk dossier zaten. De Rechtbank besliste dat geen sprake was van een ambtelijk verzuim en verklaarde het beroep ongegrond.
Alle berichten uit Viditax dagelijks ontvangen?

Geef een reactie