Fiscaal Blog
27-04-2012
30%-regel voor na uitdiensttreding ontvangen optievoordeel
Amerikaan X was als statutair bestuurder in dienstbetrekking werkzaam in Nederland en had vanaf 1 november 2002 recht op de 30%-regeling. Tijdens zijn dienstbetrekking in Nederland kreeg hij voorwaardelijke aandelenopties toegekend, die na 31 december 2005 onvoorwaardelijk werden. Op 31 december 2005 eindigde het dienstverband van X en keerde hij terug naar de VS. In 2006 genoot hij een voordeel van € 2,3 mln uit de opties, dat als nagekomen bate terzake van de in Nederland verrichte dienstbetrekking werd belast. X stelde dat de 30%-regeling ook op het voordeel uit de opties van toepassing was, omdat die een looptijd hadden van tien jaar. De Hoge Raad was het daarmee eens. De 30%-regeling kon volgens de Hoge Raad worden toegepast op het optievoordeel, omdat het kon worden toegerekend aan de arbeid die X in de jaren 2002 tot en met 2005 als ingekomen werknemer had verricht. Dat het optierecht pas nadien onvoorwaardelijk was geworden, deed volgens de Hoge Raad niet af aan het karakter van nagekomen beloning voor die arbeid. De Hoge Raad verklaarde het andersluidende standpunt van de staatssecretaris ongegrond.
Alle berichten uit Viditax dagelijks ontvangen?

Geef een reactie