Correctie wegens rekening bij KB Lux bleef in stand
De inspecteur kondigde aan af te wijken van de aangifte inkomstenbelasting (IB) 2003 van X, omdat hij volgens de Belastingdienst een bankrekening aanhield bij de KB Lux. De eerder al aan X opgelegde navorderingsaanslagen IB en VB over 1990 tot en met 2000 met boeten van 100% stonden inmiddels onherroepelijk vast. X ontkende nog steeds over een buitenlandse bankrekening te beschikken en liet de inspecteur weten dat hij de KB Lux om informatie had verzocht, maar dat die vanwege het bankgeheim weigerde gegevens te verstrekken waaruit zou blijken dat X geen rekening bij de KB Lux bezat. De inspecteur handhaafde de correctie, waarna X in beroep ging. Rechtbank Den Haag besliste dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat X rekeninghouder bij de KB Lux was (geweest). Het feit dat de inspecteur had erkend dat in 38 gevallen een persoon ten onrechte was geïdentificeerd als rekeninghouder, betekende volgens de Rechtbank nog niet dat ook in dit geval een onjuiste identificatie had plaatsgevonden. Bovendien had X geen gebruik gemaakt van de door de inspecteur geboden mogelijkheid om via de Belastingdienst met een modelbrief te proberen informatie te verkrijgen bij de KB Lux. Vervolgens besliste de Rechtbank dat X niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan, zodat de bewijslast moest worden omgekeerd. X had volgens de Rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de correctie onjuist was. De enkele stelling dat de KB Lux in verband met het bankgeheim geen informatie aan niet-rekeninghouders zou verstrekken, was volgens de Rechtbank onvoldoende. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.
Rechtbank Den Haag 24-6-2009, nr. 06/8292 (Fida 20093200)