KB Lux-dossier

Geheimhoudingskamer akkoord met beperkte openbaarheid KB Lux-stukken

Aan X waren navorderingsaanslagen inkomstenbelasting met boeten van 100% opgelegd omdat hij een bankrekening bij de KB Lux had aangehouden, maar de exacte rekeninggegevens had hij niet aan de inspecteur overgelegd. X verzocht om openbaarmaking van het complete draaiboek en de nieuwsbrieven van het rekeningenproject en alle cijfermatige gegevens, die zowel op papier als in digitale vorm bestonden. De inspecteur verstrekte alleen de zogenoemde Amsterdamse versie van het draaiboek en de nieuwsbrieven. De overige gegevens waren volgens de inspecteur geen op de zaak betrekking hebbende stukken. De geheimhoudingskamer van Rechtbank Den Haag schaarde zich achter de door de inspecteur aangehaalde uitspraken van Hof Amsterdam van 19 april 2006 (zie FutD 2006-0741 met ons commentaar) en Rechtbank Breda van 3 januari 2007 (zie FutD 2007-0060) en besliste dat de beperkte kennisname van de stukken door X was gerechtvaardigd. Ten aanzien van de gevraagde cijfermatige gegevens besliste de Rechtbank dat X als geen ander relatief eenvoudig in staat was de juistheid van de schatting te controleren aan de hand van eigen wetenschap, aangezien hij had erkend dat hij rekeninghouder van de KB Lux was geweest. De Rechtbank was het verder met de inspecteur eens dat het verzamelen van de cijfermatige gegevens van alle personen bij wie in het kader van het rekeningenproject correcties waren aangebracht, fysiek vrijwel onmogelijk was, omdat die gegevens in dossiers zaten van over het hele land verspreide belastingplichtigen. De Rechtbank had ook begrip voor de stelling van de inspecteur dat het selecteren van de gegevens en het anonimiseren van de afdrukken van de microfiches een aanzienlijk tijdsbeslag vergde. Tussen het belang van X bij de kennisname en de daaraan verbonden (praktische) bezwaren bestond een zodanige wanverhouding dat X volgens de Rechtbank in redelijkheid geen aanspraak op kennisneming van de gegevens kon maken. (Deze uitspraak ontvingen wij van mr. J.P.G.M. van der Graaf van Nooteboom c.s. te Dordrecht, -red.)

Rechtbank Den Haag 23-3-2009, nr. 07/5850 (Fida 20091309)