KB Lux-dossier

Ook Rechtbank Breda eist integrale openbaarmaking KB Lux-stukken

Na Hof Arnhem (zie FutD 2006-0786 met ons commentaar) heeft thans ook Rechtbank Breda in een tussenuitspraak beslist dat de Belastingdienst het draaiboek en de nieuwsbrieven in de KB Lux-affaire binnen één maand na deze tussenuitspraak integraal aan de Rechtbank moet sturen. De Rechtbank was na lezing van de door de inspecteur overgelegde versies van het draaiboek en de nieuwsbrieven tot de conclusie gekomen dat elk van deze stukken relevant kon zijn voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de onderhavige aanslagen en boeten. De stukken behoorden volgens de Rechtbank tot de op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die integraal moesten worden overgelegd. De Rechtbank verwierp de stelling van de inspecteur dat niet een geheimhoudingskamer de toetsing aan artikel van de 8:29 van de Awb zou moeten doen, maar de meervoudige kamer van de Rechtbank die de hoofdzaak zou behandelen. De Rechtbank vond het om redenen van proceseconomie van belang dat niet de rechter die de zaak in behandeling had de toetsing van artikel 8:29, lid 1, van de Awb verrichtte, omdat artikel 8:29, lid 5, van de Awb bepaalde dat, indien de toetsing tot de conclusie leidde dat bepaalde passages terecht niet aan de belanghebbende werden verstrekt, de rechter slechts met toestemming van de belanghebbende mede op grond van de informatie uit deze passages uitspraak kon doen. Uit hetgeen de belanghebbende in deze zaak had aangevoerd, bleek volgens de Rechtbank dat hij deze toestemming zou weigeren. In een dergelijke situatie diende de rechter die de toetsing had verricht, niet de rechter te zijn die de zaak ten gronde behandelde, om iedere suggestie van vooringenomenheid te vermijden. De Rechtbank droeg de inspecteur op het draaiboek en de nieuwsbrieven binnen één maand na deze tussenuitspraak integraal aan de Rechtbank te zenden en verwees de zaak naar de geheimhoudingskamer van de Rechtbank ter beoordeling van deze stukken met inachtneming van artikel 8:29 van de Awb.

Rechtbank Breda 3-7-2006, nr. 05/2586 (Fida 20062499)