KB Lux-dossier

Ook bij Hof Arnhem andere belastingkamer in 8:29-vraag bij KB Lux-zaken

In de thans lopende belastingprocedures in de KB Lux-affaire weigert de Belastingdienst met een beroep op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om delen van het draaiboek en de nieuwsbrieven van het rekeningenproject te overleggen. Een enkelvoudige belastingkamer van Hof Den Bosch besliste dat de stukken die de Belastingdienst geheim wilde houden, moesten worden aangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken, omdat hierin het beleid en de feitelijke informatie stonden waarop de inspecteur zich bij de aanslagregeling en de verdere behandeling van de zaak had gebaseerd. Toen de inspecteur bleef weigeren de geheime passages leesbaar te maken (zie FutD 2005-0989), vernietigde een meervoudige kamer van Hof Den Bosch de navorderingsaanslagen en boeten (zie FutD 2005-1800 met ons commentaar). De staatssecretaris stelt zich in zijn beroepschrift in cassatie bij deze zaak op het standpunt dat dezelfde (meervoudige) belastingkamer die over het hoofdgeschil moet beslissen, óók de 8:29-vraag moet beoordelen (zie FutD 2006-0145). Na Hof Den Bosch, besloot ook Hof Amsterdam (zie FutD 2006-0145) in de KB Lux-zaken eerst een oordeel te geven over de openbaarmaking van de onbekende passages uit het draaiboek en de nieuwsbrieven en pas daarna de inhoudelijke geschilpunten bij een volgende zitting bij een andere belastingkamer aan de orde te laten komen. Inmiddels is uit een brief van de griffie van Hof Arnhem duidelijk geworden dat ook Hof Arnhem besloten heeft de beslissing omtrent de toepassing van artikel 8:29 van de Awb voor te leggen aan drie leden van de belastingkamer die geen deel uitmaken van de belastingkamer die de KB Lux-zaken zal behandelen.

Hof Arnhem 21-3-2006, nr. 04/01343 (Fida 20060914)