Inhoud informatieset voor gemachtigden KB Lux-gedupeerden
In onze vorige aflevering maakten wij melding van een brief die door de Kennisgroep Coördinatie Uitvoering Landelijke Acties en Activiteiten is verzonden aan belastingadvies- en advocatenkantoren die als gemachtigden optreden van KB Lux-aangeslagenen in verband met de concentratie van de behandeling van KB Lux-zaken bij één aanspreekpunt (zie FutD 2004-0139 met ons commentaar). Bij deze brief zat tevens een informatieset. In deze informatieset zijn de volgende documenten opgenomen:
- Een verzoek van 14 december 1999 van mevrouw Sonja van Duerm van de Belgische Belastingdienst aan de Procureur-Generaal te Brussel (de heer De Gryse) om kopieën van de gegevens van inwoners van andere landen op de KB Lux-microfiches te mogen overdragen aan die andere landen.
- Een verzoek van 4 januari 2000 van de Procureur-Generaal de heer De Gryse aan de Belgische onderzoeksrechter J.C. Leys over het onder 1. genoemde verzoek van mevrouw Van Duerm.
- Een afwijzende reactie van 3 februari 2000 van onderzoeksrechter Leys op het verzoek van 4 januari 2000.
- Een antwoord van 10 mei 2000 van Procureur-Generaal Van Oudenhove op de vraag van 14 december 1999 van mevrouw Van Duerm. De heer Van Oudenhove acht het niet opportuun om de gegevens aan buitenlandse instanties te geven, maar voegt daaraan toe dat de Belastingdienst zelf mag beslissen of het passend is om de inlichtingen waarover zij beschikt aan "zusterdiensten" te verstrekken.
- Een brief van 27 oktober 2000 van de Eerste Attaché van Financiën, de heer P. Sere, namens de Directeur-Generaal van het Belgische ministerie van Financiën aan de Nederlandse heer A. van Dijk (werkzaam bij het ministerie van Financiën/Belastingdienst/ FIOD Haarlem Internationaal) waarbij fotokopieën van microfiches van de KB Lux met betrekking tot inwoners van Nederland worden verstrekt. Daarbij wordt opgemerkt dat de identificatie van klanten niet steeds mogelijk zal zijn, waardoor een "oordeelkundig gebruik van de overgemaakte informatie noodzakelijk" is.
- Een brief van 27 april 2001 van de Eerste Attaché van Financiën, de heer P. Sere, namens de Directeur-Generaal van het Belgische ministerie van Financiën aan de Nederlandse heer Van Baarle (werkzaam bij het ministerie van Financiën/Belastingdienst/ FIOD Haarlem Internationaal) waarin de op 7 februari 2001 gevraagd toestemming voor strafrechtelijke doeleinden van de microfiches wordt verleend. De brief met het verzoek van de heer van Baarle zat ook bij de stukken.
- Een notitie van 16 augustus 2001 met de titel "Rechtmatigheid gebruik informatie rekeninghouders" van de stuurgroep rekeningenproject (Peter Brons) met een kopie aan de heer G.J. van Leijenhorst.
- Een (aanvullend) proces-verbaal (met bijlagen) van 10 januari 2003 van de heer A.J. Apeldoorn (werkzaam als opsporingsambtenaar bij de FIOD-ECD te Haarlem) naar aanleiding van een verzoek van de strafkamer van Rechtbank Amsterdam inzake de wetenschap van de FIOD-ECD over de wijze waarop de Belgische justitie de rekeninggegevens van de KB Lux had verkregen.
- Een proces-verbaal van 10 januari 2003 van officier van justitie mr. H. Dijkstra inzake zijn wetenschap over de wijze van verkrijging van de microfiches door de Belgische autoriteiten. De heer Dijkstra verklaarde dat de notitie van 16 augustus 2001 (zie punt 7.) hem tot de conclusie had gebracht dat het onvrijwillige bezitsverlies van de microfiches door de KB Lux niet tot onrechtmatig overheidsoptreden leidde.
- Een proces-verbaal van 28 februari 2003 van de heer A.J. Apeldoorn (werkzaam als opsporingsambtenaar bij de FIOD-ECD te Haarlem) inzake de herkomst van de microfiches van de KB Lux.
- Een proces-verbaal van 29 juli 2003 van een getuigenverhoor door een rechter-commissaris van Rechtbank Arnhem van A. van Dijk naar aanleiding van schriftelijke vragen van mr. J.H. Peek van Hertoghs c.s. advocaten/belastingdeskundigen te Breda.
Ons commentaar
De ter beschikking gestelde informatieset bevat met name documenten die meer inzicht moeten geven in de wijze waarop de microfiches in handen zijn gekomen van de FIOD c.q. de Belastingdienst. De informatieset vormt op enkele punten een aanvulling op alle achtergrondartikelen, correspondentie, jurisprudentie van Belgische en Nederlandse rechters van straf- en belastingkamers die in de afgelopen jaren sinds de start van het rekeningenproject in Fiscaal up to Date zijn opgenomen en integraal en gratis raadpleegbaar zijn via onze website www.futd.nl in de rubriek specials bij de achtergronden.
In de informatieset is een brief van onderzoeksrechter Leys van 3 februari 2000 opgenomen, waarin hij afwijzend reageerde op het verzoek van de Belgische Belastingdienst om kopieën van de gegevens van inwoners van andere landen op de KB Lux-microfiches te mogen overdragen aan die andere landen (zie onderdeel 3.) en een brief van Procureur-Generaal (PG) Van Oudenhove van 10 mei 2000 (zie onderdeel 4.), die het evenmin opportuun achtte om de gegevens aan buitenlandse instanties te geven. De PG voegde daar echter wel aan toe dat de Belgische Belastingdienst hierover zelf mocht beslissen. Kennelijk vond de Belgische Belastingdienst wel nodig om de goedkeuring te vragen, maar toen de uitkomst van het verzoek niet welgevallig was, besloot de Belgische fiscus maar van de bevoegdheid gebruik te maken zonder de gevraagde toestemming.
Een ander belangrijk document in de informatieset betreft de onder 5. opgenomen brief van 27 oktober 2000 van de heer P. Sere, namens de Directeur-generaal van het Belgische ministerie van Financiën aan de Nederlandse heer A. van Dijk (FIOD Haarlem) waarbij fotokopieën van microfiches van de KB Lux worden verstrekt. Fiscaal up to Date had het ministerie van Financiën met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) op 2 oktober 2002 (zie Fida 20023838) verzocht om openbaarmaking van deze brief, waarvan het bestaan was gebleken uit een vonnis van Rechtbank Amsterdam van 12 september 2002 (zie FutD 2002-1763 met ons commentaar). Het ministerie wees dit verzoek op 29 oktober 2002 (zie FutD 2002-2087 met ons commentaar) af, omdat de gegevens onder de geheimhoudingsplicht vielen van artikel 7, lid 1, van de Richtlijn betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe en de indirecte belastingen. Uit een uitspraak van de Raad van State van 17 juli 2002 volgde volgens het ministerie dat indien communautaire geheimhoudingsbepalingen aan verstrekking van gegevens in de weg staan, aan de weigeringsgronden van de WOB niet behoefde te worden toegekomen. Uit een van de bijlagen (bij onderdeel 11.) van de informatieset blijkt echter dat de heer Van Baarle (FIOD Haarlem) op 9 oktober 2002 aan de heer Sere heeft gevraagd of de brief van 27 oktober 2000 openbaar gemaakt mag worden om tegenover advocaten, adviseurs en KB Lux-rekeninghouders te bewijzen dat de microfiches betrekking hebben op de KB Lux en om te bewijzen dat de informatie spontaan, krachtens geldende regelgeving, door de Belgische autoriteiten is verstrekt. De heer Sere antwoordde op 20 februari 2003 dat openbaarmaking van zijn brief van 27 oktober 2000 mogelijk was en verwees naar de brieven van de heer Van Baarle van 9 oktober 2002 en van 15 januari 2003. De brief van 15 januari 2003 zat echter niet in de informatieset. Uit dit antwoord van de heer Sere blijkt de koudwatervrees van het ministerie ten aanzien van openbaarmaking van stukken die cruciaal kunnen zijn in de rechterlijke procedures.
Uit het proces-verbaal van getuigenverhoor van de heer A. van Dijk blijkt dat van Belgische zijde door hoge functionarissen werd gecorrespondeerd over de informatie van de KB Lux, terwijl van Nederlandse zijde telkens betrekkelijk lage ambtenaren van de FIOD Internationaal Haarlem optraden. Het bevreemdt ons (ondanks mogelijke correcte mandateringen) dat spontane informatieverschaffing door hoge Belgische autoriteiten niet via dezelfde hoge(re) Nederlandse functionarissen is verlopen. Uit het proces-verbaal blijkt tevens dat de heer Van Dijk heeft verklaard dat hij nooit heeft gehoord dat iemand van justitie, van het ministerie van Financiën, de Belastingdienst of de FIOD vóór 27 oktober 2000 contact heeft gehad met de heer Sere in deze zaak.