KB Lux-dossier

Comité P. over wangedrag belgische politie in KB Lux-dossier

De Correctionele Rechtbank van het Belgische Hasselt sprak op 30 april 2003 personen vrij die in het kader van de KB Lux-zaak in België waren gedagvaard omdat volgens de Belgische FIOD uit ter beschikking staande microfiches bleek dat zij belasting hadden ontdoken (zie FutD 2003-0842 met ons commentaar en Fida 20031527 voor een soortgelijk vonnis van de Rechtbank Hasselt). Volgens de Hasseltse rechter mochten de microfiches niet worden gebruikt als bewijs, omdat de herkomst en echtheid ervan niet konden worden vastgesteld. De twee verdachten hadden onder meer een beroep gedaan op een verslag van 27 juli 1999 van het zogenaamde Comité P. Ook in de Amsterdamse strafzaak, die recentelijk tot een einde kwam wegens het overlijden van de verdachte (zie FutD 2003-0890 met ons commentaar), had de raadsman een beroep gedaan op het verslag van Comité P. - dit is het "Belgische Vast Comité voor Toezicht op de Politiediensten".

Comité P. stelde in 1998 een toezichtsonderzoek in naar de wijze waarop politieambtenaren hadden gehandeld bij het ontvangen en het gebruiken van informatie in het KB Lux-dossier. Het rapport van dit onderzoek van 27 juli 1999 is niet openbaar gemaakt. Aan de bij de redactie bekende inhoud van dit rapport ontlenen wij het volgende:

Enige onderzoeksachtergronden

Onderzoek Comité P.
Het onderzoek van Comité P. spitste zich toe op de volgende twee vragen:

  1. Wisten de politieambtenaren dat de verkregen KB Lux-documenten van verdachte herkomst waren?
  2. Werden de voorschriften met betrekking tot het omgaan met informanten behoorlijk toegepast?

Ad 1.
Volgens Comité P. was de politie in Brussel ervan op de hoogte dat de documenten door werknemers van de KB Lux op dubieuze wijze waren verkregen. Hierbij was volgens Comité P. bovendien curieus dat dezelfde documenten of documenten met dezelfde herkomst meermaals en op verschillende wijze waren aangeboden en dat politie ze niet verder had gebruikt.

Ad 2.
Comité P. stelde vast dat de door de informant verstrekte gegevens ofwel als "inlichtingen" in een proces-verbaal waren verwerkt en/of dat deze gegevens waren weergeven in een vertrouwelijk rapport dat niet bij het onderzoeksdossier was gevoegd. Deze werkwijze was volgens Comité P. een ernstige inbreuk op de tekst en de strekking van het Wetboek van Strafvoering met betrekking tot getuigen. Daarnaast had de politie volgens Comité P. geen redenen aangevoerd om af te wijken van de in België geldende voorschriften inzake informatieonderzoeken (de ministeriële richtlijn met "bijzondere opsporingstechnieken om de zware of georganiseerde criminaliteit te bestrijden" van 24 april 1990). Van deze voorschriften kon slechts worden afgeweken indien sprake was van een informant die toevallig inlichtingen verstrekte. De informant in het KB Lux-dossier kon volgens Comité P. echter niet als zodanig worden aangemerkt, omdat hij meerdere malen contact had opgenomen met de politie, hij contact had gelegd tussen de ex-werknemers van de KB Lux en de politie, hij al vaker documenten aan de politie had aangeboden en hij ook pogingen had ondernomen om de KB Lux-documenten op andere wijze te gelde te maken. Daar kwam nog bij dat deze informant bij de politie als "onbetrouwbaar" stond geregistreerd.

Conclusie Comité P.
Comité P. concludeerde dat de wijze waarop de politie had gehandeld bij het ontvangen en het gebruik van informatie in het KB Lux-dossier als onbehoorlijk en ondoelmatig moest worden beschouwd, omdat de politie zich niet had gehouden aan de wettelijke voorschriften of de wettelijke voorschriften niet behoorlijk had opgevolgd. Aan de voorschriften met betrekking tot het omgaan met informanten moest volgens Comité P. streng de hand worden gehouden omdat noch het Openbaar Ministerie, noch de verdediging, noch de rechter toezicht kunnen uitoefenen op de naleving van deze voorschriften. Volgens Comité P. kan in het KB Lux dossier worden gesproken van disfunctioneren van de politie. Het is aan de rechter om te oordelen over de gevolgen van dit disfunctioneren.

Redactie Fiscaal up to Date 23-6-2003 (geen brondocument)

Ons commentaar
"Quis custodiet ipsos custodes"? Op de burger wordt gelet of hij zich aan de regels houdt, maar wie controleert nu eigenlijk of de regelbewakers zich aan de voor hen geldende regels houden? In België kent men voor het toezicht op alle politie-ambtenaren het externe orgaan Comité P. Comité P. is een in 1991 in België bij wet ingevoerd orgaan dat twee doelen nastreeft:

  1. Het waarborgen van de bescherming van de rechten die de Grondwet en de wet aan de personen verlenen.
  2. Zorgen voor de coördinatie en de doelmatigheid van de politiediensten.

Het verslag van Comité P. kan ons inziens tot geen andere conclusie leiden dan dat de KB Lux-documenten, de microfiches, niet als bewijs gebruikt kunnen en mogen worden omdat, zoals dit externe orgaan expliciet en concreet heeft vastgesteld, de herkomst en echtheid van de documenten onduidelijk en oncontroleerbaar zijn (Rechtbank Hasselt en Rechtbank Brussel gebruikten deze argumenten in de vrijspraak van verdachten/vermoedelijke KB Lux-rekeninghouders in strafzaken; zie FutD 2003-0842 en FutD 2002-2254 beide met ons commentaar). De Belgische politie heeft maar wat aangerommeld met de gegevens die zij verkreeg en de informant van wie de documenten werden verkregen was kennelijk beroepsmatig bezig met handel in informatie en bovendien was hij onbetrouwbaar. Aan de echtheid en volledigheid van deze gegevens kan alleen maar zwaar worden getwijfeld, afgezien van het feit dat op deze wijze door een overheid verkregen bewijs absoluut ontoelaatbaar is. Wij zijn van mening dat bewijsmiddelen die zijn verkregen door handelingen die niet verenigbaar zijn met de grondbeginselen van de strafrechtpleging, ook niet door de fiscus tegen belastingplichtigen mogen worden ingezet. Nederland kan zich naar onze mening niet verschuilen achter onwetendheid of onbekendheid met deze achtergronden van het vergaren van gegevens en bewijs. Als een Staat een strijd tegen belastingfraude aangaat van een omvang als die van de KB Lux-affaire en ter zake van het vergaren van het bewijs in een andere Staat sprake is geweest van normoverschrijdingen, dan mag van deze Staat in elk geval worden verwacht dat hij niet voortborduurt op de normoverschrijdingen in de andere Staat.