KB Lux-dossier

Antwoorden op wob-verzoek inzake rekeningenproject

In het kader van het zogenaamde rekeningenproject (hiervoor had men een ludiekere naam kunnen bedenken, zoals "actie Blackmoney", zoals men in het verleden deed bij dergelijke acties die de namen "actie Schuimkraag" en "actie Goudtand" kregen) verzocht de redactie van Fiscaal up to Date het Ministerie van Financiën op 28 juni 2002 om het volgende ter beschikking te stellen:

  1. De namen en standplaatsen van de leden van de projectgroep rekeningenproject en de status van deze projectgroep.
  2. De verslagen van de vergaderingen van de projectgroep rekeningenproject.
  3. Het draaiboek dan wel andere gegevens met betrekking tot de gebezigde handelwijze van de projectgroep inzake het onderzoek naar buitenlandse bankrekeningen.
  4. De (sets van) instructies en de direct erbij behorende documenten die bij medewerkers van de eenheden van de Belastingdienst ter beschikking staan ten behoeve van de uitvoering van het onderzoek naar buitenlandse bankrekeningen.
  5. De documenten waaruit blijkt op welke wijze de selectie heeft plaatsgevonden dan wel criteria zijn gehanteerd, waardoor bepaalde inwoners van Nederland wel en andere inwoners van Nederland niet een verzoek om inlichtingen hebben ontvangen met betrekking tot rekeningen die in het buitenland worden, respectievelijk werden aangehouden.
  6. De documenten waarin de achtergronden van het onderzoek staan vermeld (waaronder het document waaruit blijkt dat de Belastingdienst ter identificatie van de belastingplichtige Nederlanders mede gebruik maakt van informatie van het Centrale Rijbewijzen- en Bromfietsencertificatenregister).
  7. De documenten die betrekking hebben op de gegevensverstrekking zoals die heeft plaatsgevonden op basis van de EG-Richtlijn nr. 77/99/EG inzake wederzijdse bijstand.

Op 13 augustus 2002 ontving de redactie van Fiscaal up to Date een lijvig stuk als reactie op dit verzoek. Eerst geven wij een citaat van de antwoorden op de vragen 1 tot en met 7. Daarna geven wij een korte weergave van de meest interessante passages uit het draaiboek. Wij citeren de antwoorden op de vragen 1 tot en met 7:

"Vraag 1
(...) De namen van de projectgroepleden zijn wellicht in meerdere van die documenten te vinden, maar in de regel worden de namen van de betrokken ambtenaren juist verwijderd, omdat deze verslagen veelal het karakter dragen van stukken die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad. In zulke stukken zijn persoonlijke beleidsopvattingen opgenomen. Ik verwijs u in dit kader naar artikel 11, tweede lid, van de WOB, waarin is bepaald dat dergelijke informatie slechts kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm.
Daarnaast merk ik op dat deze namen niet voor openbaarmaking in aanmerking komen op grond van het belang genoemd in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de WOB. Het belang van de openbaarmaking van deze namen weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, zodat ik het verzoek ten aanzien van de openbaarmaking van de namen afwijs. Verder vraagt u om de status van het project. De projectgroep heeft geen bijzondere status en is ingesteld om de uitvoering van het Rekeningenproject ter hand te nemen. De taak van de projectgroep is de eenheid van beleid te bewerkstelligen ter waarborging van de rechtsgelijkheid voor de betrokken belastingplichtigen. (...)

Vraag 2
De verslagen van de vergaderingen van de projectgroep komen niet voor verstrekking in aanmerking in verband met de belangen genoemd in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder c en d, van de WOB. Deze verslagen bevatten mededelingen over de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek naar buitenlandse bankrekeningen en besluiten over te nemen acties binnen dat onderzoek. Openbaarmaking hiervan zou het onderzoek ernstig schaden omdat dit zal kunnen leiden tot aangepast gedrag van belanghebbenden. Ook gedeeltelijke verstrekking is niet mogelijk omdat door de onderlinge samenhang hieruit controlestrategische informatie kan worden afgeleid. Voorts zou door verstrekking de strafrechtelijke vervolging in gevaar kunnen komen. (...)

Vraag 3
Het draaiboek, waar u om vraagt, is opgesteld voor intern gebruik door de eenheden van de Belastingdienst ten behoeve van de uitvoering van het Rekeningenproject. Dit draaiboek komt slechts gedeeltelijk voor openbaarmaking in aanmerking. Voor een aantal passages en paragrafen maken de belangen die genoemd worden in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, c en d, van de WOB openbaarmaking niet mogelijk. Gezien de aanleiding van dit project bestaat een deel van dit draaiboek uit een beschrijving van de internationale gegevensuitwisseling. Bij de te maken belangenafweging ten aanzien van het belang dat is bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de WOB is in dit geval doorslaggevend dat u verzoekt om openbaarmaking van documenten, die onder voorwaarde van strikte geheimhouding door een buitenlandse bevoegde autoriteit zijn verstrekt aan de Nederlandse Belastingdienst. Artikel 7 van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1977, betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het terrein van de directe en indirecte belastingen (77/799/EEG), regelt de geheimhoudingsplicht die de lidstaten hebben wanneer deze op grond van de genoemde richtlijn over inlichtingen beschikken.
Een buitenlandse verdragspartner moet kunnen rekenen op een vertrouwelijke behandeling van die informatie. Wanneer dit vertrouwen wordt geschonden kan dat gevolgen hebben voor de bereidheid van de buitenlandse autoriteit om door Nederland gevraagde inlichtingen te verstrekken. Dit kan betekenen dat de internationale gegevensuitwisseling in de toekomst wordt bemoeilijkt en toekomstige verdragsonderhandelingen zouden kunnen worden gefrustreerd.

Ik ben van mening dat het algemene belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van de Nederlandse Staat bij de goede betrekkingen met de desbetreffende buitenlandse autoriteiten. Ik wijs uw verzoek ten aanzien van de openbaarmaking van deze passages dan ook af.

Dit draaiboek bevat verder, naast een beschrijving of uitleg van het juridische kader, een verzameling instructies en beoogt een overzicht te geven van de uit te voeren dan wel uitgevoerde werkzaamheden. De instructies en het overzicht van de werkzaamheden bevatten passages met controlestrategische informatie en informatie over voorgenomen strafrechtelijke vervolging. Voor deze passages van het draaiboek ben ik dan ook van mening dat het belang van openbaarmaking hiervan niet opweegt tegen de belangen van opsporing en vervolging van strafbare feiten en die van inspectie, controle en toezicht van de Belastingdienst op de naleving van de belastingwetten, zoals genoemd in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e en d, van de WOB. Ik wijs uw verzoek ten aanzien van de openbaarmaking van deze passages dan ook af.

Om u zoveel mogelijk te informeren is het draaiboek per passage beoordeeld op de mogelijkheid van openbaarmaking. De gedeelten die na afweging van de bovengenoemde belangen wel voor openbaarmaking in aanmerking komen zijn opgenomen als bijlage bij deze brief. Hierin zijn ook passages opgenomen waarvoor normaal gesproken deze belangen wel gelden, maar die desondanks openbaar zijn geworden.

In deze bijlage heb ik bij de niet-openbare passages aangegeven op grond van welke van de bovengenoemde belangen niet tot openbaarmaking is overgegaan, door het onderdeel van artikel 10 van de WOB te vermelden.

Vraag 4
De instructies, die medewerkers in staat stellen dit onderzoek naar buitenlandse bankrekeningen uit te voeren, zijn opgenomen in het bij vraag 3 vermelde draaiboek. Ik verwijs u dan ook naar de beantwoording van vraag 3 en de bijlage bij deze brief.

Vraag 5
Er zijn geen documenten waaruit blijkt welke selectie heeft plaatsgevonden waardoor bepaalde inwoners wel en bepaalde inwoners niet zijn aangeschreven door de Belastingdienst. Deze selectie heeft namelijk niet plaatsgevonden. In beginsel is of wordt iedere geïdentificeerde belastingplichtige met een verzwegen buitenlands banktegoed aangeschreven.

Vraag 6
Informatie over de achtergronden van het onderzoek naar buitenlandse rekeningen, alsmede de mededeling omtrent het gebruik van het Centrale Rijbewijzen- en Bromfietsencertificatenregister, zijn eveneens opgenomen in het draaiboek. Ik verwijs u dan ook naar de beantwoording van vraag 3 en de bijlage bij deze brief.

Vraag 7
De documenten die betrekking hebben op de gegevensverstrekking zoals die heeft plaatsgevonden op basis van de EG-richtlijn nr. 77/799/EG inzake wederzijdse bijstand komen niet voor openbaarmaking in aanmerking in verband met de belangen die zijn genoemd in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de WOB. Zoals ik bij vraag 3 heb uiteengezet, ben ik van mening dat het algemene belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van de Nederlandse Staat bij goede betrekkingen met de desbetreffende buitenlandse autoriteiten. Ik wijs uw verzoek om openbaarmaking van deze gegevens dan ook af." (einde citaat)

Aan de passages uit het draaiboek met bijlagen ontlenen wij de volgende interessante informatie:

Ministerie van Financiën 13-8-2000, nr. DGB 2002-03624 (Fida 20022948)

Ons commentaar
Gelet op het belang van deze informatie voor de praktijk, zijn wij overgegaan tot onmiddellijke publicatie van de antwoorden van het Ministerie van Financiën. Wij onthouden ons vooralsnog van een uitgebreid inhoudelijk commentaar. Onze eerste indruk is echter dat het draaiboek uitgaat van een aantal veronderstellingen, die als "wishfull thinking" kunnen worden aangemerkt. Wij achten de volgende zaken opvallend: