Interessante achtergronden over het rekeningenproject
Het onderzoek van de Belastingdienst naar door inwoners van Nederland aangehouden buitenlandse bankrekeningen gaat onverminderd door. In onze vorige aflevering (zie FutD 2002-1288) gaven wij een overzicht van nieuws op dit front. Verder verwijzen wij naar eerdere artikelen in FutD 2002-1251, FutD 2002-1125, FutD 2002-0958, FutD 2002-0639, FutD 2002-0603, FutD 2002-0150, FutD 2002-0147, FutD 2001-2326, FutD 2001-2192 en FutD 2001-2069.
Ook in deze aflevering valt er weer veel interessants te melden over deze kwestie. Door een opsporingsambtenaar van de FIOD is een proces-verbaal opgemaakt tegen een persoon van wie werd vermoed dat hij op 31 januari 1994 rekeninghouder was geweest bij de Kredietbank te Luxemburg. Aan dit proces-verbaal en de daarbij gevoegde bijlagen ontlenen wij het volgende (omwille van het belang voor de praktijk hebben wij diverse passages geciteerd):
"Bij de Belastingdienst/FIOD is een project gestart waarbij
onderzoek wordt gedaan naar Nederlandse ingezetenen die een
bankrekening aanhouden dan wel aan hebben gehouden bij
buitenlandse bankinstellingen waaronder de Kredietbank
Luxembourg in Luxemburg waarbij het vermoeden bestaat dat zij
in hun aangiften inkomstenbelasting en of vermogensbelasting
opzettelijk geen opgaaf hebben gedaan van saldo en/of
opbrengsten.
(...)
2. Aanleiding
Door de bevoegde autoriteiten van België zijn in het kader
van spontane gegevensuitwisseling op basis van Richtlijn
77/799EEG aan de FIOD-ECD/Internationaal te Haarlem gegevens
verstrekt inzake Nederlandse ingezetenen met een bankrekening
bij de Kredietbank Luxembourg te Luxemburg (hierna KB Lux).
Deze gegevens bestaan uit fotokopieën van afgedrukte
microfiches, welke microfiches afkomstig zijn uit de Interne
administratie van de KB Lux. Deze microfiches zijn in 1995 in
beslag genomen door de Gerechtelijke Politie van Brussel.
Door de bevoegde autoriteiten van België is toestemming
gegeven om de gegevens zowel voor fiscaaladministratieve als
voor strafrechtelijke doeleinden te mogen gebruiken. De
afdrukken bevatten gegevens van ca. 20.000 bankrekeningen van
ca. 10.200 Nederlandse rekeninghouders bij de KB Lux met een
totaalsaldo per 31-01-1994 van circa 1,3 miljard Nederlandse
gulden. Van ca. 6.200 rekeninghouders is de naam bekend,
d.w.z. 1e voornaam c.q. doopnaam en achternaam van de
rekeninghouder en evt. achternaam van 2e rekeninghouder
(meestal echtgenote), dan wel namen van mederekeninghouders.
Adresgegevens van de rekeninghouders waren bij ontvangst niet
bekend. Van ca. 4.000 rekeninghouders is tot op heden alleen
een codenaam bekend.
3. Identificatie
Om de juiste identiteit van de rekeninghouders te achterhalen
zijn verschillende bestanden geraadpleegd die de
Belastingdienst ter beschikking staan zoals Beheer van
Relaties (BVR), en de Geautomatiseerde Ontvangers
Administratie (GOA). Identificatie heeft plaatsgevonden in
samenwerking met de Directie Particulieren Utrecht (DPU),
Belastingdienst/Centrum voor Proces- en Productontwikkeling
(B/CPP) en Belastingdienst/Kenniscentrum Identificatie
Renseigneringsstromen (B/KIR). Daarnaast is een bestand
aangekocht van de Centrale Rijbewijzen- en
Bromfietsencertificatenregister (CRB), omdat in dit bestand,
in tegenstelling tot het BVR-bestand, voornamen van
Nederlanders met rijbewijzen zijn opgenomen, welke van belang
zijn geweest voor de identificatie.
Een gedetailleerde beschrijving van de wijze waarop de
identificatie heeft plaatsgevonden staat omschreven in de
ambtsedige verklaringen van de medewerkers die zich hiermee
hebben beziggehouden (deze verklaringen zijn eveneens
opgenomen bij het brondocument, -red.).
(...)
4. Rechtmatigheid gebruik gegevens
Ten einde zekerheid te krijgen over de rechtmatigheid van de
verkrijging van de informatie vanuit België heeft een groep
deskundigen zich gebogen over de rechtmatigheid van de
gegevens voor Nederlands gebruik. De deskundigen zijn
afkomstig van het ministerie van Financiën (BOB, mede namens
RTB en BBKB), de kennisgroep boete en strafrecht, FIOD-ECD
Internationaal en BVO, contactambtenaar en het Openbaar
Ministerie/Expertisecentrum Fiscale Fraude (verder OM/EFF).
Op de vraag of de van de Belgische autoriteiten ontvangen
informatie fiscaal en strafrechtelijk rechtmatig is te
gebruiken, hebben de deskundigen (in een nota van 16 augustus
2001 zie hierna onder 3, -red.) geconcludeerd dat de huidige
jurisprudentie (NJ 1988/987, NJ 1991/175 en NJ 2000/214)
voldoende aanknopingspunten biedt voor de stelling dat het
bewijsmateriaal in zowel strafrechtelijke als
fiscaalrechtelijke zin als rechtmatig verkregen kan worden
beschouwd en derhalve kan worden gebruikt door de
Belastingdienst en Justitie".
5. Selectiecriteria
De opsporing en vervolging vindt in beginsel plaats
overeenkomstig de tussen het College van Procureurs-Generaal
van het Openbaar Ministerie en de Directeur-Generaal der
Belastingen afgesproken Aanmeldings-, Transactie- en
Vervolgingsrichtlijnen voor fiscale delicten en
douanedelicten. De aard van de richtlijnen sluit echter niet
uit dat in individuele gevallen van de richtlijnen kan worden
afgeweken. Zo kan van de richtlijnen worden afgeweken in
geval van bestuursondersteunende inzet van het strafrecht.
Hierbij valt te denken aan bijzondere acties van de
Belastingdienst, doelgroepacties en specifieke acties met
betrekking tot omissiedelicten (paragraaf 1.1 laatste alinea
van de ATV-richtlijnen). Voor zover in onderhavige zaak is
afgeweken van de genoemde ATV-richtlijnen dan vindt dat
plaats in het kader van een projectmatig themagerichte aanpak.
Naast de projectmatige aanpak, zijn binnen het project door het OM/EFF en de Belastingdienst objectieve criteria ontwikkeld om tot strafrechtelijke aanpak over te gaan. Het gaat om de navolgende -niet cumulatieve- criteria:
- Saldo dient minimaal f. 500.000,- te zijn.
- Aangiften IB dienen voor zoveel mogelijk aanwezig te zijn.
- Evenwichtige rechtshandhaving (oa. voorbeeldfunctie van de rekeninghouder).
- Leeftijd rekeninghouder over het algemeen niet ouder dan 70 jaar
- Inbreuk op de ambtelijke integriteit
- Recidive
In het kader van bestuursondersteunende inzet kan in bijzondere gevallen in afwijking van de hierboven genoemde criteria worden besloten strafrechtelijk onderzoek in te stellen.
(...)
10. Doorzoeking ter inbeslagneming
(...)
De doorzoeking zal gericht zijn op bescheiden en voorwerpen
die inzicht geven in de omvang, de vruchten en de herkomst
van de tegoeden op rekeningen bij buitenlandse
bankinstellingen waaronder de Kredietbank Luxembourg. Gezocht
dient te worden naar bijvoorbeeld:
- bankafschriften
- mutatie overzichten
- correspondentie inzake buitenlandse bankrekeningen
- bescheiden die betrekking hebben op contante stortingen (bv. kasbewijzen) en overschrijvingen vanaf 1 januari 1994
opmerking verbalisant:
Hoewel machtiging tot doorzoeking wordt gevraagd, is na overleg met de officier van justitie besloten dit middel slechts in te zitten indien de verdachte geen vrijwillige medewerking verleent. (...)" (einde citaat)
Een van de bijlagen bij het proces-verbaal betrof een verklaring van een van ambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst/Kenniscentrum Identificatie Renseigneringsstromen (B/KIR) over de identificatie (vermoedelijke) rekeninghouders (wij citeren):
"Op verzoek van de FIOD Opsporingsinformatie Haarlem zijn door B/KIR (Belastingdienst, Kenniscentrum identificatie Renseigneringsstromen) de gegevens van Nederlandse rekeninghouders op de afdrukken van de microfiches van de KB Lux verwerkt in een bestand (hierna genoemd: cliëntenbestand KB Lux).
Dit bestand is op verzoek van de FIOD Opsporingsinformatie Haarlem door B/KIR gematcht met het BVR-bestand (Beheer van Relaties), een bestand van de Belastingdienst, waarin alle Nederlandse natuurlijke- en rechtspersonen zijn opgenomen. Het BVR-bestand wordt voor wat betreft de natuurlijke personen gevoed met gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie.
Op deze manier zijn ruim 2000 rekeninghouders vermoedelijk geïdentificeerd en is voornoemd cliëntenbestand KB Lux onder meer aangevuld met de sofinummers van de vermoedelijke rekeninghouders. Opgemerkt wordt dat in het BVR-bestand de natuurlijke personen zijn opgenomen met voorletters en niet met voornamen. Tot slot zijn de gevonden sofinummers gekoppeld aan het bestand van het Centrale Rijbewijzen- en Bromfietsencertificatenregister (CBR), in welk bestand de sofinummers, de voornaam en de geslachtsnaam van alle natuurlijke personen zijn opgenomen met een rijbewijs of een bromfietscertificaat en welk bestand is aangekocht van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna genoemd: RDW-bestand). (...)" (einde citaat)
Bij het proces-verbaal zat ook een aan de stuurgroep rekeningenproject gerichte "Nota Rechtmatigheid informatie rekeninghouders". Aan deze nota ontlenen wij het volgende (wij citeren):
"1. Inleiding
In het kader van spontane uitwisseling van informatie tussen
verdragspartners is van buitenlandse bevoegde autoriteiten
informatie ontvangen omtrent door Nederlandse ingezetenen in
het buitenland gehouden bankrekeningen. Omtrent de
rechtmatigheid van het gebruik van die gegevens voor
fiscaalrechtelijke en strafrechtelijke doeleinden zijn vragen
gerezen welke op verzoek van de Stuurgroep rekeningenproject
zijn onderzocht. In deze nota worden de bevindingen
neergelegd van dit onderzoek inzake het gebruik van die
gegevens voor fiscale doeleinden. De basis hiervoor werd
gelegd in een bespreking met medewerkers van de
FIOD/Internationaal; FIOD vestiging Haarlem; het Openbaar
Ministerie; B/CPP (kennisgroep boete- en strafrecht); en de
directie BOB van het Ministerie van Financiën.
2. Feiten
Door de bevoegde autoriteiten van België en Duitsland zijn in
het kader van spontane gegevensuitwisseling op basis van
Richtlijn 77/799/EEG gegevens verstrekt inzake buitenlandse
bankrekeningen van Nederlandse ingezetenen. Deze gegevens
zijn te onderscheiden in verschillende stromen die
onafhankelijk van elkaar zijn ontvangen:
a. de zogenaamde KB Lux rekeningen;
b. rekeningen bij verschillende Duitse en Luxemburgse banken.
Daarnaast is bekend dat van de Duitse autoriteiten nieuwe
informatie omtrent andere "rekeningen" te verwachten valt;
deze informatie zal tevens in het rekeningenproject worden
meegenomen.
ad a) Van de gegevens inzake de KB Lux rekeningen is bekend dat zij door het Belgisch OM in beslag zijn genomen en door deze aan de Belgische Belastingdienst zijn verstrekt ten behoeve van mogelijke fiscale acties, alsmede ten behoeve van internationale uitwisseling. De Belgische Belastingdienst is van mening dat de toelating tot de gegevens door het Belgisch OM rechtsgeldig is verleend. De geldigheid van het gebruik van de gegevens voor fiscale doeleinden wordt in België nog betwist door KB Lux, omdat de gegevens onrechtmatig verkregen zouden zijn. De Belgische bevoegde autoriteiten hebben het deel van deze gegevens dat betrekking heeft op Nederlandse ingezetenen spontaan verstrekt aan Nederland. De FIOD/Internationaal heeft vervolgens schriftelijk aan de bevoegde Belgische autoriteit verzocht om toestemming voor strafrechtelijk gebruik. België heeft deze toestemming schriftelijk verleend.
ad b) De gegevens inzake rekeningen bij Duitse en Luxemburgse banken zijn van de Duitse bevoegde autoriteiten verkregen in het kader van spontane gegevensuitwisseling. Voor het gebruik van deze gegevens voor strafrechtelijk doeleinden is om toestemming gevraagd. De kwestie van onrechtmatige verkrijging speelt hier niet.
3. Beschouwing
3.1 Onrechtmatigheid
Kern van het probleem is dat het om gegevens gaat waarvan
algemeen bekend is dat deze niet door de betreffende
(bank)instellingen van Luxemburg (mogen) worden verstrekt.
Onderscheid kan worden gemaakt naar de fiscale rechtmatigheid
en de strafrechtelijke rechtmatigheid. Deze nota beantwoordt
met name de vraag naar de bruikbaarheid voor fiscale
doeleinden van de op deze wijze verkregen gegevens en geeft
daarmee feitelijk tevens antwoord op de bruikbaarheid voor
strafrechtelijke doeleinden. Is eenmaal vastgesteld dat de
informatie fiscaal rechtmatig te gebruiken is, dan betekent
dat voorts, dat vanuit het fiscale gebruik via de
ATV-richtlijnen er zaken voor strafrechtelijke afdoening
kunnen worden aangemeld. Luxemburg hanteert een strikt
bankgeheim, wat dergelijke instellingen in beginsel belet om
gegevens inzake rekeningen en saldi van cliënten aan de
(lokale) Belastingdienst te beschikking te stellen.
Overtreding van dit bankgeheim zou tot strafvervolging van de
dader aanleiding geven. Van de gegevens inzake de rekeningen
bij KB Lux is bekend dat deze door het Belgisch OM in beslag
zijn genomen bij (ex)medewerkers van de Bank die de
betreffende gegevens onder onduidelijke omstandigheden onder
zich hadden (algemeen wordt aangenomen dat deze medewerkers
de gegevens illegaal hebben gekopieerd). Uitgaande van de
stelling dat de betrokken gegevens inzake bankrekeningen niet
op legale wijze zijn verkregen door de personen onder wie
deze gegevens beschouwd dienen te worden als onrechtmatig
verkregen bewijsmateriaal. Vooropgesteld dient te worden dat
de (on)rechtmatigheid van de verkrijging van bewijsmateriaal
bepaald wordt door de bevoegdheden en het handelen van de
ambtenaar die het materiaal heeft verkregen. Of de personen
van wie de ambtenaar de gegevens heeft verkregen op hun beurt
de gegevens rechtmatig hebben verkregen, is in beginsel
(zoals hierna zal blijken bij de bespreking van de
jurisprudentie; welke tevens is opgenomen in het
brondocument, -red.) niet van belang. Dit laatste is anders
indien de ambtenaar, die de gegevens verkrijgt, op enigerlei
wijze invloed heeft gehad op de wijze waarop de gegevens van
de banken zijn verkregen. Niet gebleken is van feiten op
grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat de Belgische
autoriteiten de gegevens op onrechtmatige wijze hebben
verkregen van de medewerkers van de banken. Blijft over de
mogelijkheid dat het onrechtmatig verkrijgen van de gegevens
gezocht dient te worden in de (voor-)wetenschap dat die
gegevens illegaal door de medewerkers van de bank zijn
gekopieerd. Uit het nu beschikbare feitenmateriaal moet
worden geconcludeerd dat het Belgisch OM, in ieder geval ten
tijde van de inbeslagname, van die omstandigheid op de hoogte
zal zijn geweest, al was het alleen maar vanwege het feit dat
in Luxemburg een strikt bankgeheim geldt. Het bestaan van het
bankgeheim in Luxemburg is van algemene bekendheid en zal
derhalve, indien de voorwetenschap relevant zou worden geacht
ook bij gebruik van deze gegevens door de Nederlandse
belastingdienst kunnen worden tegengeworpen.
(...)
(Deze informatie ontvingen wij van mr. M.H.M. Boekhorst van
CMS Derks Star Busmann te Arnhem)
Belastingdienst/FIOD-ECD Haarlem (Fida 20022495)