Nieuwe stelling fiscus in project buitenlandse bankrekeningen
Blijkens een door Leget & Co te Oss aan ons ter beschikking
gestelde brief van de Belastingdienst/ondernemingen te Den
Bosch blijkt dat de Belastingdienst zich op het standpunt
stelt dat belastingplichtigen die zijn betrokken in het
onderzoek naar buitenlandse bankrekeningen zich niet kunnen
beroepen op het zwijgrecht. Dit volgt volgens de
Belastingdienst uit een arrest van de Hoge Raad van 11
december 1991 (zie FutD 1992-0003) en meer in het bijzonder
uit de volgende overweging (wij citeren):
"Weliswaar kan het bepaalde in artikel 29, lid 2, van de AWR
meebrengen dat de belastingplichtige ter voldoening aan de op
hem ingevolge die bepaling rustende bewijslast zich in de
administratieve procedure genoopt ziet tot het produceren van
bewijsmateriaal dat tevens in de strafzaak tot bewijs kan
dienen, maar het is aan de strafrechter om te beslissen of en
in hoeverre, gelet op de omstandigheden waaronder het
bewijsmateriaal ter beschikking is gekomen, het hier betreft
materiaal waarop in het strafproces geen acht mag worden
geslagen". (einde citaat)
Volgens de Belastingdienst betekent dit dat een beroep op het
zwijgrecht door een rechter uitsluitend zal worden beoordeeld
in een eventuele strafrechtelijke procedure. De gestelde
vragen over de buitenlandse bankrekeningen worden volgens de
Belastingdienst echter gesteld in het kader van het
bestuursrecht, waarbij geldt dat niet-antwoorden kan leiden
tot omkering van de bewijslast. Indien de belastingplichtige
de gevraagde gegevens niet overlegt, gaat de Belastingdienst
ambtshalve aanslagen opleggen "waarbij met de belangen van de
Belastingdienst in voldoende mate rekening zal worden
gehouden". (Wij herhalen ons commentaar in FutD 2002-0958,
waarin wij stelden dat degenen die de bewuste brief hebben
ontvangen, ons inziens geen antwoord hoeven te geven op
mondelinge of schriftelijke vragen, omdat zij aan de
ontvangst van de brief in redelijkheid de conclusie kunnen
verbinden dat hen een boete boven het hoofd hangt. Wij
verwijzen tot slot naar onze eerdere publicaties over dit
onderwerp in FutD 2001-2069, FutD 2001-2192, FutD 2001-2326,
FutD 2001-2192, FutD 2002-0147 en FutD 2002-0150, -red.)
Belastingdienst/ondernemingen 's-Hertogenbosch 11-6-2002 (Fida 20022239)