Bewijs Van Lanschot slechts bewijs van beerput-affaire
Het laatste nieuws in de Van Lanschot-affaire was dat de staatssecretaris het verzoek van Fiscaal up to Date om openbaarmaking van de brief plus bijlagen van de in het openbaargemaakte draaiboek als Land X aangeduide afzender heeft afgewezen (zie FutD 2007-2135 met ons commentaar). Inmiddels heeft Fiscaal up to Date beroep aangetekend tegen deze beslissing, omdat het voor ons onverteerbaar is dat de Belastingdienst niet de informatie overlegt die zij als bewijs gebruikt, terwijl de vermeende rekeninghouders zelfs tot in een kort geding en onder verbeurte van een dwangsom (zie FutD 2007-2332 met ons commentaar) onder druk worden gezet om de verlangde informatie te overleggen. Zonder tussenkomst van de rechter en zonder medewerking van de staatssecretaris beschikt Fiscaal up to Date, dankzij de inspanningen van advocaat mr S. Bharatsingh te Hilversum toch over de gewraakte brief uit land X. Het zal u niet verbazen dat land X België is, maar het zal u wel verbazen als u ziet op welk moment de informatie door België is verstrekt en wat er in de bijlagen bij deze brief staat.
In een brief van 18 februari 2005 stuurt de Directeur-Generaal van de Belgische Federale Overheidsdienst Financiën een brief aan het hoofd van de FIOD/ECD waarin hij in het kader van de regeling "spontane uitwisseling van inlichtingen" een nota met 12 mappen stuurt. In deze nota staat het volgende (de tekst is een letterlijke overdruk):
SPONTAAN VERSTREKKEN VAN INLICHTINGEN
I. RECHTSGROND VAN DE MEDEDELING
Toepassing van artikel 4 van de richtlijn 77/779/E.E.G. van 19.12.1977 van de Raad van de Europese gemeenschappen betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten op het gebied van de directe belastingen.
Toepassing van art. 27 van het Belgisch-Nederlandse belastingverdrag van 19 oktober 1970
II. BETROKKEN BELGISCHE BELASTINGPLICHTIGEN
De informatie gaat zowel over Nederlandse natuurlijke personen als Nederlandse rechtspersonen.
III. BETROKKEN NEDERLANDSE BELASTINGPLICHTIGEN
Er zijn eveneens diverse Belgische personen bij betrokken, maar er bestaat geen verband tussen de Nederlandse en Belgische betrokkenen.
IV. VERSTREKTE INLICHTINGEN
De hierna volgende inlichtingen zijn gesteund op stukken die het Belgisch gerecht in beslag heeft genomen bij een huiszoeking bij een verdachte van andere misdrijven.
Het betreft gegevens van de Bank van Lanschot Bankiers Luxembourg.
De stukken, bestaande uit verscheidene lijsten op papier (bijlagen 1 tot en met 11), werden aangetroffen en in beslag genomen bij een huiszoeking in een garagebox te W uitgevoerd in het kader van een onderzoek onder leiding van Onderzoeksrechter V. Deze garagebox werd op dat ogenblik gehuurd door de heer P en door diens bende gebruikt als uitvalsbasis voor overvallen. Met een brief van 18 december 2001 heeft de procureur-generaal aan de belastingadministratie toelating verleend tot het nemen van inzage en afschrift van het dossier (bijlage 12).
Toelichting van de feiten zoals blijkt uit de verhoren
De kopieën van de bankstukken werden door V uit een de computerbestand van de heer M. M had als helpdeskmedewerker bij de firma L te W de gegevens in bezit gekregen via zijn afdelingschef, de heer J. P is een gewezen werknemer van de bank. L is een toeleveringsbedrijf van kantoorbenodigdheden aan bedrijven. De originele bankgegevens stonden op "microtape", zoals V het verwoordt. Door middel van een toestel van een Duitse zusterfirma van L, zijn de originele bankgegevens gelezen en op een diskette gezet en vervolgens afgedrukt. (Hier wordt hoogstwaarschijnlijk een tape type DAT 4mm bedoeld: een cassette, = tape, met afmetingen die behoorlijk kleiner zijn dan een gebruikelijke muziekcassette = micro. Dergelijke tape is leesbaar en omzetbaar met behulp van een computer. Microfiches zijn dat niet. Het is gebruikelijk dergelijke tapes aan te wenden voor de backup van een geautomatiseerde bedrijfsadministratie.)
Tenslotte heeft V de afgedrukte lijsten gekopieerd - ten minste een gedeelte ervan - en deze kopieën bewaard in de gehuurde garagebox, waar zij door de politie werden aangetroffen.
Mogelijke motieven zoals blijkt uit de verhoren
V vermoedt dat M en P de bedoeling hadden de bank op te lichten door middel van deze stukken. V verklaart dat M hem en zijn dochter zou hebben bedreigd voor het geval "er iets uitkwam van deze stukken". Het kopiëren en bewaren van de lijsten door V, evenals de beweerde bedreiging, kunnen ook wijzen op de intentie om de klanten van de bank aan de hand van de adreslijsten te lokaliseren met het oog op huisdiefstal.
Besluit
Dit alles betekent dat door de betrokkenen een hoge mate van geloofwaardigheid aan de stukken werd gehecht. Immers, de stukken zijn voor betrokkenen slechts nuttig onder een dubbele voorwaarde. Ten eerste moeten ze echt zijn in de zin van afkomstig van de bedrijfsadministratie van de bank. Ten tweede moeten ze accuraat zijn in de zin van overeenkomen met de werkelijkheid inzake enerzijds de namen en adressen van de rekeninghouders en anderzijds de rekeningstanden. Hieruit kan besloten worden dat de stukken zowel inzake herkomst als inhoud inderdaad een hoog gehalte aan waarachtigheid bevatten.
De stukken zijn door het Parket in beslag genomen ter gelegenheid van een huiszoeking, en bijgevolg op rechtmatige wijze verkregen. Vervolgens werd aan de administratie toelating van inzage in en afschrift van de stukken verleend. Bijgevolg heeft de administratie de stukken verkregen op rechtmatige wijze. Bovendien betekent dit dat de oorsprong van de stukken ondubbelzinnig is.
V. BIJGEVOEGDE STUKKEN
Er worden rekeningstanden meegedeeld van 21 december 1994, van 5 september 1996 en van 28 november 1996.
B.1. Rekeningstanden per 5 september 1996
(niet opgenomen, -red.)
B.2. Rekeningstanden per 28 november 1996
(niet opgenomen, -red.)
B.3. Management cliënts
B.4. Portfolio management fees 2nd half 1995
B.5. FvL Cliënts (amounts in mio LUF)
B.6. Rekeningstanden per 21 December 1994
B.7. Opgaven per 5 juni 1996
B.8. Opgaven F. van Lanschot Bankiers Luxembourg SA - aug. 96
B.9. Adressenlijst
B.10. Organogram + lijst werknemers
B.11. Brief van 4 september 1996 van F. van Lanschot Bankiers (Luxembourg) SA, gericht aan de heer H (...) - S (...) in verband met het bankgeheim
B.12. Brief van de procureur-generaal aan de gewestelijk directeur BBI Antwerpen van 18 december 2001, ontvangen op 3 januari 2002
VI. DIENST BELAST MET HET ONDERZOEK
Federale Overheidsdienst Financiën
Administratie van de Bijzondere belastinginspectie Antwerpen 2
Italiëlei 4
2000 ANTWERPEN
De heer S (...) - Eerstaanwezend verificateur
Tel.: + 32 3 203
Fax.: + 32 3 203
E-mail: s(...)@minfin.fed.be
Federale Overheidsdienst Financiën 18-2-2005 (Fida 20080476)
Ons commentaar
De KB Lux- en Van Lanschot-affaire is interessant voor eenieder die geïnteresseerd is in het formele recht en in de werkwijze van de overheid en eenieder die het - niet alleen voor zijn eigen praktijk of eigen cliënten - van groot belang vindt dat we op de overheid, en in dit geval de Belastingdienst, moeten kunnen vertrouwen. De handelwijze van de staatssecretaris en van de Belastingdienst in deze affaires doet echter het ergste vrezen. Dat de rechtshandhaving en het vertrouwen in de overheid in geding zijn, is de reden dat Fiscaal up to Date deze zaken op de voet volgt. Niet zozeer omdat eenieder - dus ook de zwartspaarder - de keizer moet betalen wat des keizers is, maar ook en vooral om aan te tonen dat het leven in een rechtsstaat niet per se betekent dat de overheid fatsoenlijk is.
Wat de inhoud van de stukken betreft, valt op dat de tekst en de bijlagen om meer dan één reden merkwaardig zijn. In de eerste plaats lijkt de tekst een achteraf geconstrueerde samenvatting van hetgeen op enig moment gelezen mocht worden. Het taalgebruik duidt er naar onze mening op dat dit geen uit Vlaams-België afkomstige tekst is, maar een door een Nederlander gemaakt verhaal. De wijze waarop de omzetting van papieren tekst naar digitale informatie en weer terug naar papier wordt benadrukt ten opzichte van het achterwege laten van cruciale gegevens - zoals de datum van huiszoeking of inbeslagname - lijken met name bedoeld om een rookgordijn op te halen. Verder kan de huiszoeking alleen hebben plaatsgevonden tussen 28 november 1996 (laatste rekeningstand) en 18 december 2001 (toestemming van de PG over het maken van kopieën) - terwijl in bijlage B.11 al wordt gesproken van een brief van Van Lanschot van 4 september 1996 waarin met het Belgische ministerie wordt gecorrespondeerd over het bankgeheim. Tot slot bevatten de papieren "bewijzen" van de rekeninghouders geen datum, geen adres, geen geboortedatum, geen paspoortnummer en ook geen briefhoofd van de of een bank, maar slechts een mans- plus meisjesnaam met een saldo. Een willekeurige burger zou zich rot lachen om de krakkemikkerigheid van het "bewijs", maar het zou ons niets verbazen dat de belastingrechter dit met een gerechtvaardigd vermoeden voldoende acht. Advocaat Bharatsingh gaat een klacht indienen tegen de landsadvocaat, omdat zij in de kort-gedingprocedures waarbij de Belastingdienst onder verbeurte van een civiele dwangsom informatie wilde inwinnen, glashard heeft beweerd dat de brief van Land X er niet was, terwijl deze dus al vanaf begin 2005 in de dossiers zit.