Handhavingsbeleid bij niet-indienen elektronische aangifte bij binnenkomst (ENS) of uitgaan (EXS)

De Europese douanediensten nemen voorlopig geen strafrechtelijke maatregelen tegen bedrijven die bij binnenkomst (ENS) of uitgaan (EXS) geen elektronische aangifte kunnen indienen.

Per 1 januari 2011 – indien vereist – moet een summiere elektronische aangifte bij binnenkomst of uitgang worden ingediend. In Brussel is echter op 3 december 2010 besloten tot een opstartfase (grace period). Achtergrond is dat veel bedrijven nog niet kunnen voldoen aan deze verplichting. Door de Douane is een nationaal handhavingsbeleid vastgesteld in lijn met dit besluit en met de inrichting van de processen en systemen. Volgens dit handhavingsbeleid richt de douane deze opstartfase als volgt in.

De Douane handhaaft in de opstartperiode samengevat volgens 3 fasen:

Fase 1 (de waarschuwingsfase)
Voldoet men in deze fase niet aan de verplichtingen van de elektronische aangifte, dan kan men een waarschuwing krijgen.
Fase 2
Voldoet men in deze fase niet aan de verplichtingen van de elektronische aangifte, dan kan dat de verwerking van de aangifte vertragen. De Douane kent bijvoorbeeld een hoger risico toe aan de zending. Daardoor worden meer gegevens gevraagd en is de kans op een fysieke controle groter.
Fase 3
Voldoet men in deze fase niet aan de verplichtingen van de elektronische aangifte, dan is het mogelijk dat men geen toestemming krijgt om te lossen. Ook kan de Douane overgaan tot strafvervolging.

Op dit moment handhaaft de Douane volgens fase 1 (de waarschuwingsfase).

Zodra uit onderzoek blijkt dat de nieuwe regelgeving in Europa op grote schaal toegepast wordt, wordt in Europees verband besloten om over te gaan de volgende fase.

De Douane moet wel de door de EU verplichte risicoanalyse kunnen uitvoeren. Daarom kan de douane vragen om de ontbrekende gegevens in de aangifte op alternatieve wijze aan te leveren voor de risicoanalyse.

Bron: http://www.douane.nl/